• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

maandag 7 november 2016

Frank Westerman's Provinciale Schrijverij 34


Shortly after the first presidential debate, former Obama adviser David Axelrod said on CNN that the commander in chief ‘can send armies marching and markets tumbling.’  Investors, it seems, are being reminded of this as polls show Hillary Clinton’s numbers dropping. The S&P 500 (‘s werelds belangrijkste instituut dat informatie levert over de  risico's die kredietverschaffers lopen. svh) was down Friday for the ninth straight day, something that hasn’t happened since 1980. ‘The U.S. elections are the elephant in the room for markets,’ Julius Baer’s head of research (Zwitserse groep privé-banken. svh) Christian Gatticker told Bloomberg. 
-- Huffington Post. Donald Trump Has Caused A Historic Drop In The Stock Market. Zondag 6 november 2016

American corporations obtained great profits from financing the Third Reich, only to start supplying weapons and munitions to its anti-Hitler allies later on…

Today, the US economy has stumbled yet again, with Washington’s national debt reaching the unbelievable sum of 19.5 trillion (or 108% of GDP). And it’s hardly a secret at this point that war is the best remedy for all of these problems.

So is it any wonder that war has become the trump card of the White House in recent years, which is actively being played in the Middle East, Asia, Africa and other regions.

As for Europe, it is being plunged in the tide of fascism once again, with Washington hoping that it can spark a civil conflict that would transform the Old Continent in an arena for a new Major War. That is why we are witnessing the glorification of fascism in the Baltic States, and Ukraine, which has a ‘special role’ assigned to it in the future conflict.
— Grete Mautner. New Eastern Outlook. 30 oktober 2016 

Eind oktober 2016 herinnerde de prominente Amerikaanse hoogleraar Economie, Michael Hudson het westerse publiek aan het feit dat

after 1991 the Soviet Union broke up, it went really neoliberal, and Putin is basically a neoliberal. So there is not a clash of economic systems, as there was between capitalism and communism. What America objects in Russia is that Americans could not buy control of their oil, could not buy control of their natural resources, could not buy control of their public utilities and charge economic rent and continue to make Russia the largest stock market-boom in the world as it was from 1994 to 1998, when a financial crisis broke out in Russia. So the conflict is not one of economic systems, it is simply: America wants to control other countries, keep other countries within the dollar orbit, so that the whole world saves in the form of dollars, meaning: savings by buying treasury-bonds,

waardoor de VS, hoewel financieel volkomen bankroet, nog meer geld kan lenen van Rusland, China en Europa om te voorkomen dat het in elkaar stort. Daardoor is vandaag de dag de paradoxale situatie ontstaan dat de elite in Washington ‘will use this money to militarily encircle these countries and go on threatening any other country that seeks to withdraw from the dollar system, to smash (verpulveren. svh) them like they did to Iraq, Libya and Afghanistan and now Syria,’ aldus Hudson. ‘The only thing America, or any country, nowadays can do militarily is drop bombs,’ omdat — zoals Irak, Afghanistan en eerder Vietnam hebben aangetoond — de bevolking in opstand komt en de VS domweg niet in staat is het grondgebied van andere volkeren langere tijd te bezetten. Dat kon tot het midden van de vorige eeuw toen gekoloniseerde volkeren niet bewapend waren en nauwelijks geschoold. Sindsdien is de situatie radicaal veranderd; ook de Derde Wereld is tot de tanden toe bewapend, voor een groot deel door de westerse wapenindustrie, waardoor het de Amerikaanse strijdkrachten zelfs niet eens meer lukt ‘the war on terror’ te winnen. En ook het dreigen met geweld heeft niet langer meer het gewenste effect. Desondanks blijft de VS dezelfde gewelddadige weg volgen, onder druk van het Amerikaanse militair-industrieel complex, met achter zich de financiële macht. De elite in Washington en op Wall Street blijft de rest van de wereld bedreigen met: 

We’ll bomb you, make you look like Syria and Libya if you don’t turn over your oil, your pipe-lines, your public utilities (water, elektriciteit, openbaar vervoer, etc. svh) to American buyers so that we can charge rent, we can be absentee landlords, because we can conquer the world financially instead of militarily. We don’t need an army to occupy, we can use finance and the threat of warfare by bombing you to achieve our goals. It’s all about who is going to control the worlds natural resources, water, real estate, utilities and not about economic systems anymore. 

In antwoord op de vraag van de interviewer, de Britse cineast Ross Ashcroft, ‘What is the endgame?antwoordde professor Hudson dat als één van de oorlogvoerenden dreigt te verliezen, er maar één manier overblijft ‘to be equal, and that is mutual assured destruction, back to the Stone Age,’ omdat degene die aan het verliezen is zal denken: ‘we rather have that than end-up in slavery to you.’ Michael Hudson benadrukte dat de hegemonistische politiek van de VS neerkomt op het bevel ‘to do what we say, and essentially that is international slavery.’ De reactie van Russische zijde is dat als de VS een Russisch vliegtuig boven Syrië zal neerschieten en het geweld escaleert er een situatie ontstaat, waarbij de Russen zich gedwongen zien hun nucleaire wapens in te zetten, nu de Amerikaanse/NAVO bases dicht langs de grens met Rusland staan en Moskou geen bedenktijd meer heeft, zeker niet aangezien de Amerikaanse strijdkrachten eenfirst strike’ niet willen uitsluiten. Hudson verklaarde dat ’Although he is a tool of Wall Street president Obama at least has shown that it is not worth blowing up the world to fight in the Near East,’ maar dat Hillary Clinton bereid is dat risico te willen lopen door een ‘no-fly zone’ boven Syrië af te kondigen. Voor haar 

it is worth pushing the world back to the Stone Age if it doesn’t let us, me, Hillary tell the world how to behave. That is the danger to the world, and that is why the Europeans should be terrified of Hillary Clinton, and terrified of the direction America has taken. We want to control the world. It is not through a different economic philosophy, it is control of the world through ownership of land, natural resources and essentially government through a monetary system. 

The result of all this is a lower voting turnout during elections. People will prefer simply not to vote, because there is not really a third party in America. The Republicans and Democrats are both financed by Wall Street, the real estate interests, the monopolies. There is no alternative and that is exactly the objective of control, to create a society in which there is no choice. This is what the ‘free market’ is all about preventing any choice by the people themselves.

Michael Hudson zet in zijn boeken uiteen dat de huidige situatie niet wezenlijk verschilt van die in de jaren twintig toen vakbondsleiders, hoogleraren en hervormingsgezinden buiten spel werden gezet en gecorrumpeerde politici het deden voorkomen alsof er een werkelijke keuze bestond. Degenen die wel stemden hadden, net als nu in het Westen (met de VS voorop) ‘the illusion of choice, but the real choice was only between evil and the lesser evil,’ terwijl in feite beide hetzelfde zijn, aldus professor Hudson.  


De ‘illusion of choice’ speelt in hoge mate bij de verkiezingen voor het Europese Parlement, ondermeer omdat ‘op een aantal’ cruciale ‘beleidsterreinen de bevoegdheden van het Europese Parlement zeer beperkt’ zijn, en de macht van het bureaucratische apparaat, dat bijna alles voorkookt, buitenproportioneel is. Bovendien werkt de EU mee aan ‘de nieuwe ongelijkheid,’ zoals programmamaker Twan Huijs het formuleerde, en zijn gast Geert Mak ogenblikkelijk beaamde met de woorden ‘die is er.’ Ook Mak, die geïntroduceerd werd als ‘chroniqueur van Amsterdam, Nederland, Europa en de Verenigde Staten’ beseft dat de door hem gepropageerde vrije markt, ‘is all about, preventing any choice by the people themselves,’ zoals Michael Hudson duidelijk heeft gemaakt. Desondanks pleitte het orakel van Bartlehiem in het televisieprogramma College Tour van vrijdag 14 oktober 2016 opnieuw voor het voortbestaan van het neoliberale ‘Brussel.’  Tegenover het geheel witte ‘college’ publiek verklaarde hij dat

Juist bewegingen die het van jongeren moeten hebben, grappig genoeg, allemaal zéér Europees zijn, ze denken héél erg sterk Europees. Jullie generatie weet verrekte goed dat jullie het for better or worth toch van dat Europa moeten hebben, en dat we het samen moeten doen, omdat we anders, zoals de Belgen dat zeggen, een vogel voor de kat zijn.

Huijs pikte dit voorzetje meteen op en hield ter plaatse een ‘grove steekproef,’ door de vraag te stellen: ‘Hoeveel van jullie hier in de zaal geloven in de kracht van de Europese Unie, en dat die door moet gaan? Steek dan je hand op.’  Collectief staken de aanwezigen onmiddellijk hun hand omhoog, waarop de ‘journalist’ concludeerde: ‘Nou, het klop dus, wat je zei!’ Een beter voorbeeld van het autisme van Nederlandse opiniemakers is nauwelijks denkbaar. Zowel Mak en Huijs als hun merendeels jonge aanwezigen negeerden het feit dat het kaaskoppen-publiek geen dwarsdoorsnede was van de Nederlandse bevolking, maar een groep geprivilegieerde witte en veelal blonde Hollandse studenten in een overigens multiculturele samenleving. Kenmerkend voor de oververtegenwoordiging was tevens dat de tv-opnamen plaatsvonden in Amsterdam, waar het ‘aantal autochtone kinderen in de stad scherp afneemt en het percentage niet-Westerse allochtonen onder de jongeren’ toeneemt, en in 2011 bekend werd dat ‘Meer dan helft inwoners Amsterdam allochtoon’ is. Op dergelijke momenten wordt overduidelijk zichtbaar hoe erg naar binnen gericht de petite bourgeoisie in het kleine kikkerland blijft. Daar zaten ze, onbewust van het feit dat zij worden opgeleid om onderdeel te worden van de taaie middenmoot, die in elk systeem collaboreert met de macht. De massamens is nu eenmaal te bang om de vrijheid te torsen, aangezien hij dan de eigen verantwoordelijkheid moet accepteren. Hij is niet goed, en ook niet slecht, in vredestijd blijft hij een keurige anonieme burger, in oorlogstijd kent hij maar één drijfveer, zijn eigen overleven. Zodra er een diepe crisis uitbreekt, zijn de man en vrouw uit die massa levensgevaarlijk omdat zij als conformisten meedrijven met de stroom, en dan van alles en nog wat ‘tolerabel’ vinden, tot aan moorden toe. De joodse advocaat en schrijver Abel Herzberg, die het concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, schreef over hen in zijn boek Amor Fati (1946)

de mens, die geen overtuiging heeft, en die niet weet, wat hij wil, noch ook voldoende intelligentie bezit om zich een weten te verwerven en die eigenlijk alleen maar wil, dat hij niets behoeft te willen, en die de moed niet opbrengt om iets te begrijpen.

En dus stak het geselecteerde witte publiek als één man zijn hand op, waarna Twan Huijs overtuigd concludeerde dat Mak’s suggestie ‘klopt’ dat ‘jongeren’ in Nederland ‘grappig genoeg, allemaal zéér Europees zijn, ze denken héél erg sterk Europees.’ Dit was evenwel geen ‘grove steekproef,’ maar grove volksverlakkerij. In het hele 40-minuten durende programma werd geen één keer gesproken over de oorzaken die hebben geleid tot het almaar afnemende vertrouwen van de westerse burger in de politiek en de zogeheten democratie. Toen Geert Mak mij een week later in mijn koffiehuis vriendelijk groette, vroeg ik hem wat hij dacht dat de redenen zouden kunnen zijn van dat afnemende vertrouwen. Hij antwoordde: ‘omdat de democratie maar half functioneert.’ Omdat dit geen verklaring was, maar een constatering, zei ik dat tijdens de College Tour-uitzending opmerkelijk genoeg de enige centrale vraag angstvallig werd vermeden, namelijk: hoe komt het dat de democratie, net als in het interbellum, ook nu weer niet in staat is gebleken zichzelf te corrigeren? Door het uiteenvallen van de Weimar Republiek konden de nazi’s de macht grijpen; vandaag de dag waarschuwen kritische intellectuelen voor het feit dat het fascisme opnieuw zijn kop opsteekt, als gevolg van het falen van democratische politici en de mainstream-pers. Maar voordat hij mij kon antwoorden, reageerde zijn inmiddels opgedoken echtgenote, Mietsie Mak, op bitse toon: ‘Kom, we moeten nu gaan.’ Aangezien ik alle kritiek op mijn oude vriend naar hem e-mail, neem ik aan dat ook zij die leest, en zich daar hevig over opwindt. Toch is de vraag over de zwakheid van de democratie relevant, nu de macht in handen is gekomen van een buitengewoon kleine schatrijke elite, die voor het eerst in de geschiedenis de toekomst van de hele mensheid bepaalt. Binnen deze realiteit dient de lezer Mak’s oproep aan het grote publiek te beoordelen om vrienden en familie in de VS ‘op het hart te binden’ niet op Donald Trump te stemmen, maar op Hillary Clinton. Dat de Democratische presidentskandidaat een gevaarlijke ‘War Hawk’ is, blijft voor hem irrelevant, evenals het feit dat rond de 45 procent van de Amerikaanse kiesgerechtigden niet meer stemt omdat zij geen vertrouwen meer heeft in de neoliberale schijndemocratie. Dit alles dringt niet tot hem door in zijn simplistisch mens- en wereldbeeld, gebaseerd op een al even simplistisch christelijk manicheïsme. Daarnaast ontbreekt het hem aan een brede historische context waaruit het heden verklaard kan worden. In zijn bestseller Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika (2012) beweert hij dat

Zelfs voormalige neoconservatieve denkers, zoals Robert Kagan en Francis Fukuyama gaandeweg tot de opvatting [kwamen] dat de Amerikaanse economie en politiek te veel rusten op een onverdiend privilege, op, zoals Fukuyama schreef, ‘het geloof in een Amerikaans exceptionalisme dat de meeste niet-Amerikanen simpelweg niet overtuigend vinden.’ 

Het probleem hier is opnieuw dat Mak over auteurs schrijft van wie hij het werk niet bestudeerd heeft, en zijn beweringen doorgaans steunen op beweringen van anderen, en/of op vluchtige samenvattingen. Op grond daarvan oordeelde hij in 2012, voorafgaand aan de herverkiezing van de huidige president van de VS, dat 'het beter voor Nederland en de internationale gemeenschap [is] dat Obama de verkiezingen wint.’ Die voorspelling weerlegde niet alleen zijn rotsvaste overtuiging dat ‘De toekomst altijd totaal onvoorstelbaar [is]. Dat heb ik altijd als les geleerd,’ maar demonstreerde het tevens een gebrek aan inzicht zodra het over de ‘ordebewaker en politieagent’ van de wereld, waarvoor hij ‘al tientallen jaren’ een ‘geheime liefde’ koestert. Hoewel de ‘populairste geschiedenisleraar van het land’ tevreden suggereert dat ‘zelfs’ de Amerikaanse neoconservatieve ideoloog Robert Kagan ‘het geloof in’ het ‘Amerikaans exceptionalisme’ heeft verloren, is de werkelijkheid precies omgekeerd. Allereerst is bekend dat president Obama een groot bewonderaar van Kagan’s neoconservatieve gedachtegoed is. Ook daarom benoemde hij Victoria Nuland, de echtgenote van Robert Kagan, tot staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor Europa en Eurazië. Bovendien berichtte op 24 februari 2012 The New York Times onder de kop 'Historian Who Influences Both Obama and Romney':

One thing Barack Obama and Mitt Romney seem to have in common these days is an appreciation for the neoconservative historian Robert Kagan.

Over Kagan's boek The World America Made (2013) schreef de, met een Pulitzer Prijs onderscheiden, recensente van de krant, Michiko Kakutani:

The Romney campaign has retained Mr. Kagan as a foreign-policy adviser, and according to news reports, President Obama has read and been influenced by a recent Kagan essay in The New Republic, which addresses 'the myth of American decline' and underscores the importance of the United States’ maintaining its 'global responsibilities.'

Mr. Kagan’s sometimes shaky reasoning is combined with a failure to grapple convincingly with crucial problems facing America today, the very problems that observers who worry about American decline have cited as clear and present dangers, including political gridlock at home, falling education scores, lowered social mobility and most important, a ballooning deficit…

Mr. Kagan hops and skips around such issues, placing way more emphasis on the military aspects of power as a measure of a country’s health and global sway. For instance, of the burgeoning financial clout of China — which already holds more than $1 trillion in United States debt — Mr. Kagan asserts that it has implications for American power in the future 'only insofar as the Chinese translate enough of their growing economic strength into military strength.' […]

This volume is peppered with vague lines like 'many believe that wars among the great powers are no longer possible,' or 'it is a common perception today that the international free market system is simply a natural stage in the evolution of the global economy.' 

Wie is deze Amerikaanse ideoloog precies? Welnu, Robert Kagan

was a co-founder of the Project for the New American Century. More recently, his book The World America Made has been publicly endorsed by US President Barack Obama, and its theme was referenced in his 2012 State of the Union Address

Deze joodse zionist, wiens 'shaky reasoning is combined with a failure to grapple convincingly with crucial problems facing America,' en die één van de belangrijkste pleitbezorgers was van de — ook voor de VS — rampzalig inval in Irak, wordt desalniettemin dermate door president Obama bewonderd dat hij voor diens boek The World America Made (2012) zelfs ‘publiekelijk' reclame maakte en aan Kagan's thema, de grootsheid van de VS, refereerde in zijn 'State of the Union' in 2012. Gezien het milieu waaruit de door Hillary Clinton naar voren geschoven staatssecretaris Victoria Nuland voortkomt, zal het ook niemand kunnen verbazen dat zij tijdens haar betrokkenheid bij het creëren van chaos in Oekraïne internationaal naam maakte door haar opmerking 'Fuck the European Union,' om zodoende haar gewelddadig Amerikaans expansionisme door te drukken. Veelzeggend in dit verband is dat, volgens The New York Times-recensente Michiko Kakutani, 'considered a leading literary critic in the United States,' de schrijfstijl van haar echtgenoot, Robert Kagan, wordt gekenmerkt door een 'condescending tone, along with sometimes less than coherent reasoning,' die 'make readers ponder the curious development that it happens to be this historian who’s recently found public favor in both the Obama and Romney camps.’ Deze minachtende toon blijkt tevens uit Kagan's in 2003 verschenen boek Of Paradise And Power. America And Europe In The New World Order, dat eindigt met de volgende conclusie:

The Bush administration viewed NATO's historic decision to aid the United States under Article 5 less as a boon (zegening. svh) than as a booby trap. An opportunity to draw Europe into common battle out in the Hobbesian world, even in a minor role, was thereby unnecessarily squandered.

But Americans are powerful enough that they need not fear Europeans, even when bearing gifts. Rather than viewing the United States as a Gulliver tied down by Lilliputian threads, American leader should realize that they are hardly constrained at all, that Europe is not really capable of constraining the United States.

In het begin van dit boek beschrijft Kagan met dedain over de Europese scepsis ten aanzien van de illegale inval in Irak:

On the all-important question of power – the efficacy of power, the morality of power, the desirability of power – American and European perspectives are diverging. Europe is turning away from power, or to put it a little differently, it is moving beyond power into a self-contained world of laws and rules and transnational negotiation and cooperation. It is entering a post-historical paradise of peace and relative prosperity, the realization of Immanuel Kant’s ‘perpetual peace.’ Meanwhile, the United States remains mired in history, exercising power in an anarchic Hobbesian world where international laws and rules are unreliable, and where true security and the defense and promotion of a liberal order still depend on the possession and use of military might. That is why on major strategic international questions today, Americans are from Mars and Europeans are from Venus: They agree on little and understand one another less and less, 

aldus Obama's neoconservatieve leermeester, wiens visie de politiek van ‘de eerste zwarte president’ fundamenteel heeft beïnvloedt. Zo diepgaand zelfs dat de Amerikaanse president op 28 mei 2014 tegenover afgestudeerde cadetten van West Point, de oudste Amerikaanse militaire academie, verklaarde dat ‘I believe in American exceptionalism with every fiber of my being,’ waarmee nog eens wordt onderstreept hoe weinig Geert Mak begrijpt van de situatie in de VS. Op de website TomDispatch.com van 23 oktober 2014 beschreef David Bromwich, hoogleraar Engels aan de prestigieuze Yale University de werkelijke stand van zaken in zijn land:

In recent years, the phrase ‘American exceptionalism,’ at once resonant and ambiguous, has stolen into popular usage in electoral politics, in the mainstream media, and in academic writing with a profligacy (mateloosheid. svh) that is hard to account for. It sometimes seems that exceptionalism for Americans means everything from generosity to selfishness, localism to imperialism, indifference to ‘the opinions of mankind’ to a readiness to incorporate the folkways of every culture. When President Obama told West Point graduates last May that ‘I believe in American exceptionalism with every fiber of my being,’ the context made it clear that he meant the United States was the greatest country in the world: our stature was demonstrated by our possession of ‘the finest fighting force that the world has ever known,’ uniquely tasked with defending liberty and peace globally; and yet we could not allow ourselves to ‘flout international norms’ or be a law unto ourselves. The contradictory nature of these statements would have satisfied even Tocqueville’s taste for paradox.

Bovendien is alom bekend dat ‘No American president has talked about American exceptionalism more often and in more varied ways than Obama.' 

Mak’s bewering dat de beleidsbepalers in de VS ‘gaandeweg tot de opvatting’ zijn gekomen dat ‘het geloof in een Amerikaans exceptionalisme’ tanende is, berust op een merkwaardige combinatie van bewuste misleiding en volstrekte onwetendheid, die men zowel bij Nederlandse politici, journalisten en academici aantreft. De veronderstelling van de Nederlandse mainstream-pers dat een  zwarte Democratische president, of straks een ‘eerste vrouwelijke president,’ niet door dezelfde machtspolitiek wordt gedreven als een witte Republikeinse president is infantiel en in het geval van Mak ronduit doortrapt. Robert Kagan’s neoconservatieve opvattingen blijken uit bijvoorbeeld zijn visie na de aanslagen van 11 september 2001, toen hij stelde dat:

The reasons for the transatlantic divide are deep, long in development, and likely to endure. When it comes to setting national priorities, determining threats, defining challenges, and fashioning and implementing foreign and defense policies, the United States and Europe have parted ways. 

Het ironische is alleen dat Mak’s EU van ‘Geen Jorwert zonder Brussel’ weigert hieraan consequenties te verbinden, waardoor dit neoliberale bolwerk zich laat meeslepen op de heilloze, agressieve weg van bondgenoot ‘Amerika,’ die de NAVO gebruikt om zijn gewelddadige buitenlandse politiek te verwezenlijken. Twee verwoestende Europese wereldoorlogen in de twintigste eeuw leerden de elites van het Avondland niet dat modern massaal geweld zich uiteindelijk tegen haar eigen belangen keert. Dat dit besef niet is doorgedrongen tot de economische en financiële elite van de VS, is geenszins vreemd: de Tweede Wereldoorlog maakte de VS één van de twee belangrijkste grootmachten in de wereld, zonder dat de infrastructuur van het land was vernietigd. Alleen een nieuwe catastrofale oorlog zal de elite in Washington en op Wall Street dwingen de bijbelse waarheid in te zien dat ‘wie naar het zwaard grijpt, door het zwaard zal vergaan.’ Natuurlijk is dit besef dan te laat, omdat de gruwelijke consequenties door de hele wereldbevolking zullen worden gedragen. Het is de belangrijkste reden waarom de Europese leden van de NAVO ogenblikkelijk uit het bondgenootschap zouden moeten stappen, en het conflict met de Russische Federatie direct zouden moeten deëscaleren. Een Derde Wereldoorlog kent geen overwinnaars, of, zoals de uitspraak luidt die aan Einstein wordt toegeschreven, 'I do not know with what weapons World War III will be fought, but World War IV will be fought with sticks and stones.' De hetze-campagne tegen Rusland, die iemand als de Koude Oorlogsprofeet Henk Hofland tijdens de laatste jaren van zijn leven in De Groene Amsterdammer voerde, was dan ook misdadig. Het was niets anders dan paniekzaaierij toen de hoogbejaarde columnist in zijn weekblad van 11 februari 2015 beweerde dat: 

President Poetin geen compromis [wil], zoals de praktijk van deze oorlog aantoont, en het dus noodzaak [is] voor het Westen om grenzen aan de Russische expansie te stellen. We naderen het stadium waarin van Poetin alles te verwachten valt. Eerst werd de Krim geannexeerd, nu is er deze burgeroorlog in Oekraïne

en 

het niet meer dan redelijk [is] je af te vragen wat daarna op de agenda van Moskou staat,

alsof het (nota bene ontbonden) Warschau Pact almaar naar het Westen was opgerukt, en de in ledenaantal verdubbelde NAVO niet naar het Oosten. Westerse propagandisten zijn bereid de werkelijkheid 180 graden om te draaien. Kenmerkend voor de journalistieke corruptie is dat tijdens de zogeheten ‘Nacht van NRC’ op 29 oktober 2016 voor 37,50 euro per persoon de Nederlandse kleinburger onder andere Geert Mak en Frank Westerman ‘Een ode aan Henk Hofland’ konden horen brengen, want ook in het milieu van Hoflands zelfbenoemde ‘politiek-literaire elite’ in de polder geldt ‘Ons Kijkt Ons,’ en ‘Samen voor ons eigen.’ Bij gebrek aan doorleefde 'normen en waarden' is het in Nederland voor iemand als Michel Krielaars, Chef Boeken van NRC Handelsblad, om te stellen dat het 'Westen met zijn ethische normen en waarden wezenlijk' zou kunnen 'bijdragen' aan het civiliseren van 'Rusland.' Op de achterflap van zijn pamflet Het Kleine Koude Front. Hoe Het Westen Rusland Uit Het Oog Verloor, vol ouderwetse Koude Oorlogsretoriek, wist ‘journalist’ Krielaars, zonder over ook maar één bewijs te beschikken, al in 2014 te melden dat ‘separatisten in Oost-Oekraïne vlucht MH17’ hadden neergehaald. Ook Krielaar’s kwaliteits-collega Hubert Smeets, die langs zijn neus weg de totale Russische bevolking (inclusief, ironisch genoeg, zijn Russische echtgenote Olga Polsatsjova) stigmatiseerde door te verklaren dat 'Het typisch Russisch [is], om altijd alles om te draaien,' heeft weinig van de geschiedenis geleerd gezien het feit dat hij weigert in te zien dat stigmatiseren en demoniseren op den duur altijd in bloedbaden eindigen. Zijn westers superioriteitsgevoel belemmert hem tevens door de eigen uiterlijke schijn heen te prikken. Om de waan van de dag te kunnen relativeren had Smeets als redacteur-buitenland er beter aan gedaan het werk van één van de grootste Europese historici aller tijden intensief te bestuderen, want dan had hij geweten wat Edward Gibbon bedoelde toen die twee eeuwen geleden in The Decline and Fall of the Roman Empire erop wees:
  
Augustus was sensible that mankind is governed by names; nor was he deceived in his expectation, that the Senate and people would submit to slavery, provided they were respectfully assured that they still enjoyed their ancient freedom.

Het fundamentele probleem is dat de massamedia, zeker in het botte en betweterige Nederland, geen gevoel voor nuance bezitten en bijna alles beoordelen in simplistische termen van goed en kwaad. De reden is dat de mainstream-pers uit commerciële overwegingen een zo groot mogelijk publiek moet behagen en de ‘mens zich een wereld [wenst] waarin het goed en het kwaad duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, want in hem huist het ingeschapen en ontembare verlangen te oordelen alvorens te begrijpen,’ zoals Milan Kundera opviel. Het gevolg is dat de opiniemakers geen belangstelling hebben voor zowel de gelaagdheid als de betrekkelijkheid van culturen, inclusief hun eigen westerse consumptiecultuur. Op die wijze kan een Hubert Smeets onweersproken beweren dat 'Het typisch Russisch [is], om altijd alles om te draaien,' terwijl een Henk Hofland kan spreken van 'Russische expansie,' en 'het vredestichtende Westen,' zonder dat ook maar iemand uit hun benepen milieu met de wenkbrauwen fronst. Integendeel zelfs, de door een kleine groep sycofanten tot de ‘beste journalist van de twintigste eeuw’ uitgeroepen H.J.A. Hofland werd door de polderpers zo  bewonderd dat journalist/schrijver Frank Westerman na diens dood in 2016 schreef: 

Als collega-redacteur bij NRC Handelsblad mocht ik Henk zeggen, maar ik durfde hem domweg niet aan te spreken. Twee turven hoog, en toch zoveel autoriteit! Wat me weerhield was geen vrees, maar ontzag. 

In de praktijk waren juist Henk Hofland en zijn pluimstrijkers druk doende 'alles om te draaien,' aangezien de militaire bases van de NAVO, sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de ontbinding van het Warschau-Pact, steeds verder oostwaarts zijn opgerukt, waardoor Rusland nu geheel is omsingeld. Maar dat verzweeg de broodschrijver, die als het ware al met één been in het graf bleef schnabbelen bij de Atlantische Commissie, de met ondermeer belastinggeld gefinancierde propaganda-tak van de NAVO. Het westers militair-industrieel complex weet precies wie het voor zijn karretje kan spannen. Een halve eeuw geleden schreef Hofland voor de Stichting Volk en Verdediging een pamflet getiteld, ‘Waarom verdedigen wij ons?’ met kwalificaties als ‘Amerika [is] kwantitatief en misschien ook wel kwalitatief een superieure cultuur is.’ Hoe superieur de Amerikaanse cultuur was bleek in hetzelfde jaar 1963 dat Hoflands pamflet verscheen, toen de door de Verenigde Staten gesteunde Ngô Đình Diệm — de rooms-katholieke dictator van Zuid-Vietnam — met steun van de CIA werd vermoord, omdat hij er niet in was geslaagd het verzet van de straatarme boerenbevolking tegen de Amerikanen te breken. De ambitieuze Hofland kon domweg niet anders dan een Atlanticus zijn, wilde hij carrière maken. Ook in die tijd was het ondenkbaar dat een streberige journalist kritisch de bloedbaden, die de VS overal ter wereld aanrichtte, in een historische en bredere context te plaatsen. Zijn opvattingen bleven tot het eind van zijn leven van een kleinburgerlijke eenvoud, in de trant van:

Het Westen wordt in toenemende mate omringd en geïnfiltreerd door doodsvijanden die onze welvaart en politieke beschaving bedreigen en ons ontbreekt het zowel aan een collectieve overtuiging als aan de georganiseerde macht om daarop een doeltreffend antwoord te geven. Is dit de samenvatting van wat ons in het afgelopen jaar is overkomen? Het is begonnen met de terroristische aanslag op 7 januari in Parijs op de redactie van Charlie Hebdo waarbij twaalf doden vielen. Op 13 november volgde de bloedige aanval op het feestgebouw Bataclan; 89 doden. We zijn in oorlog, zei president Hollande.

En omdat Hofland ook na de Koude Oorlog doorging met het propaganda men voor ‘het vredestichtende Westen’ konden ‘wij,’ allen natuurlijk slechts slachtoffers zijn van de onbegrijpelijke razernij van onze ‘doodsvijanden,’ die overal op aarde de goede bedoelingen van onze ‘superieure cultuur’ met terreur beantwoordden. De geschiedenis, gehoorzamend aan de wet van oorzaak en gevolg, speelt nog steeds geen rol in het manicheïsme van de ‘politiek-literaire elite’ in de polder. Volgens die leer is alles spontaan ontstaan uit het niets. De terreur is ‘ons in het afgelopen jaar overkomen.’ Het is zonder voorgeschiedenis plotseling ‘begonnen met de terroristische aanslag op 7 januari in Parijs.’ Dit is het wereldbeeld van een kind dat zich aan een tafel stoot en de tafel de schuld geeft, een infantiel beeld dat werd verspreid door de ‘beste journalist van de twintigste eeuw’ in De Groene Amsterdammer, het lijfblad van de polder-intelligentsia, waarvan de hoofdredactrice in 2016 de Gouden Ganzenveer kreeg toegekend vanwege ‘de combinatie van schrijftalent, creativiteit, eigenzinnigheid en kwaliteitsbesef,’ een beloning die in Nederland gezien wordt als prestigieus, en die een jaar eerder naar Geert Mak ging, vanwege diens onmisbare bijdrage aan de vanzelfsprekend ‘superieure cultuur’ van het Westen in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder. 

Ons kent Ons in de polder, en bepaalt er het intellectuele niveau, of beter, het gebrek eraan. Daardoor is er in ‘ons’ land een gevaarlijke situatie ontstaan. Bij gebrek aan dissidente stemmen in de mainstream-media beschouwt de ‘politiek-literaire elite’ alhier het als normaal dat onder andere Hubert Smeets — vanwege zijn felle anti-Moskou standpunten een graag geziene gast bij de Atlantische Commissie — in 2016 als NRC-journalist 294.000 euro van de Nederlandse regering ontving om samen met de voormalige NRC-journaliste Laura Starink en voormalige Volkskrant-journaliste Hella Rottenberg een ‘anti-Poetin’ website te beginnen. Wanneer het niet was uitgelekt zouden ‘we’ niet geweten hebben dat rechtse malloten als onder andere Dirk-Jan van Baar en Arend Jan Boekestijn dankzij gemeenschapsgeld een nieuwe uitlaadklep hadden gevonden voor hun haat tegen Rusland. Dankzij de schaamteloosheid van NRC’s redacteur Buitenland Hubert Smeets heeft de website RaamopRusland zich inmiddels kunnen ontwikkelen tot een onvervalst propagandaplatform voor de hervatting van de Koude Oorlog. Het paradoxale daarbij is dat de met belastinggeld gesubsidieerde aanhangers van het neoliberalisme anders altijd uitgesproken tegenstanders zijn van staatsbemoeienis. Een nieuwe loot aan de stam is de Atlanticus Elmar Hellendoorn, die volgens eigen zeggen in ‘Geopolitical Advice & Strategy’ doet, en zich wisselend door de staat en het academische wereldje laat inhuren. Op Smeets’ website raamoprusland.nl van 2 juni 2016 laat dr. Hellendoorn PhD onder de paniekerige kop: ‘NAVO moet nucleaire afschrikking in Europa geloofwaardig houden’ weten dat:

Een sterke NAVO is sinds het einde van de Koude Oorlog nog niet zo hard nodig geweest als nu. Rusland dreigt de laatste tijd immers met het inzetten van nucleaire wapens. De Tweede Kamer roept de regering echter op tot afbouw van de Nederlandse NAVO-kernwapentaken. De regering moet deze motie vooralsnog naast zich neerleggen. Eenzijdige ontwapening speelt Poetin in de kaart en maakt de Russische nucleaire dreiging alleen maar groter.

Rusland probeert stukje bij beetje zijn verloren invloedssfeer in Europa te herstellen. Om al te veel westerse tegenwerking te voorkomen, dreigt het Kremlin daarbij met de inzet van kernwapens. Het Russische leger oefent in nucleaire oorlogsvoering, nieuwe kruisraketten worden getest, en Moskou hint op het plaatsen van tactische kernwapens op de Krim en nuclear capable raketten staan al in Kaliningrad. Het gaat niet alleen om Oost-Europa: ook Denemarken wordt expliciet bedreigd en bewapende Russische nucleaire bommenwerpers vliegen over de Noordzee. De boodschap is duidelijk: Rusland is bereid om een beperkte kernoorlog te beginnen.

De Russische nucleaire dreigementen tegen het Westen moeten stoppen. De spanningen kunnen uit de hand lopen. Een Russische nucleaire aanval is niet ondenkbaar zolang de NAVO daar geen adequaat antwoord op formuleert. Een evenwichtige relatie met Rusland is nodig voor nucleaire ontwapeningsbesprekingen. Dat is tevens van belang voor Minister Koenders, die hamert op ontwapening. Onlangs pleitte hij zelfs voor de denuclearisering van de NAVO doctrine. Maar een duidelijke strategische visie van Koenders bleef uit. Daarmee worden de risico’s op Russische nucleaire escalatie niet minder. Het Westen moet op zoek naar realistische benaderingen om de Russische dreiging te doen stoppen.


Russische ontwapening zit er voorlopig niet in

Sommigen hopen vooral op wederzijdse kernontwapening om de nucleaire spanningen te beteugelen. Russische ontwapening ligt echter niet in de lijn der verwachting, zeker niet in deze tijd van geopolitieke onrust. Maar ook in tijden van rust is de hoop op volledige Russische nucleaire ontwapening niet realistisch. Rusland ontleent zijn status als grootmacht namelijk in belangrijke mate aan zijn kernwapenarsenaal. Bovendien acht het Kremlin kernwapens noodzakelijk als uiterst afschrikkingsmiddel tegen de conventionele legers van de NAVO en China.

Gedeeltelijke nucleaire ontwapening is eveneens problematisch. Mogelijk zou het Kremlin bereid zijn om alle strategische en tactische kernwapens uit Europees Rusland te verwijderen. Dat zal niet alleen gepaard moeten gaan met de ontmanteling van Amerikaanse, kernwapens in West-Europa, maar ook van de Franse en Engelse arsenalen. Frans-Engelse ontwapening is vooralsnog toekomstmuziek. Een Europese kernwapenvrije zone zou bovendien gekoppeld moeten worden aan conventionele wapenbeheersing, vanwege de NAVO-legers aan de Russische grens. Maar bij hernieuwde spanningen zal Rusland Europa met zijn overgebleven kernwapens opnieuw kunnen bedreigen.

Geen woord in de Koude Oorlogsretoriek van Hellendoorn over bijvoorbeeld het feit dat het Warschau-Pact werd ontbonden, terwijl het ledenaantal van de NAVO sindsdien is verdubbeld. Hoewel de Koude Oorlog officieel was afgelopen, zijn de militaire bases van Amerika/NAVO drastisch uitgebreid, waardoor Rusland geheel is omsingeld. Ook geen woord over Kissinger’s opmerkingen zomer 2015 dat 

A number of things need to be recognized. One, the relationship between Ukraine and Russia will always have a special character in the Russian mind. It can never be limited to a relationship of two traditional sovereign states, not from the Russian point of view, maybe not even from Ukraine’s. So, what happens in Ukraine cannot be put into a simple formula of applying principles that worked in Western Europe, not that close to Stalingrad and Moscow. In that context, one has to analyze how the Ukraine crisis occurred. It is not conceivable that Putin spends sixty billion euros on turning a summer resort into a winter Olympic village in order to start a military crisis the week after a concluding ceremony that depicted Russia as a part of Western civilization… breaking Russia has become an objective; the long-range purpose should be to integrate it.

Ook geen woord van de 31-jarige Hellendoorn, wiens autoriteit als Hollandse buitenstaander niet vergeleken kan worden met de kennis en ervaring van een Amerikaanse insider als de 93-jarige geopoliticus Kissinger. Even zwijgzaam is Elmar over het feit dat ‘America's new, more “usable,” nuclear bomb in Europe,’ de ‘B61,’ waarvan '180 are stockpiled in Europe,' een zogeheten 'upgrade' krijgen, waardoor deze massavernietigingswapens beter ‘inzetbaar’ zijn. Even zwijgzaam is het jeugdig aanstormende talent over het Amerikaanse militair-industrieel complex, waarvoor president Eisenhower ruim een halve eeuw geleden waarschuwde, en het feit dat het gehele Amerikaanse nucleaire arsenaal, dat op de Russische Federatie gericht staat, de komende decennia voor naar schatting één biljoen dollar (een miljoen maal een miljoen dollar) wordt vernieuwd, inde propaganda van Hellendoorn en zijn broodheren is geen plaats voor onwelgevallige, relevante informatie. Vandaar ook dat zij essentiële informatie verzwijgen, zoals het feit dat de NAVO-landen tezamen tenminste 13 keer meer aan hun strijdkrachten spenderen dan Rusland, waardoor onmiddellijk duidelijk wordt dat Hellendoorn’s voorstelling van zaken, waarbij Rusland juist Europa bedreigt, niets anders is dan ordinaire propaganda voor het westers militair-industrieel complex. Voor hem en andere propagandisten geldt het volgende adagium van de nazi-minister van Propaganda Joseph Goebbels: 'Wij spreken niet om wat te zeggen, maar om een bepaald effect te bereiken.’ En dat effect is eenvoudigweg het legitimeren van de Koude Oorlog en de hernieuwde wapenwedloop door het bespelen van de ressentimenten en angsten van de massa. En dit wordt ondermeer financieel mogelijk gemaakt door de PVDA-minister Koenders, met steun van het kabinet Rutte/Asscher. Wat eveneens opvalt aan de tekst van Elmar Hellendoorn is de combinatie van de puberale bravoure van zijn toonzetting en de ziekelijke onverschilligheid voor de consequenties van zijn demonisering van Rusland, terwijl deze jongeman, die nooit van nabij een oorlog heeft meegemaakt, zich werkelijk realiseert dat ‘in the nuclear age… overkill is a fact of life. Nuclear culture mingles and merges with our conscious and unconscious thoughts and feelings,’ zoals de Amerikaanse hoogleraar H. Bruce Franklin benadrukt in zijn ‘revised and expanded edition’ van War Stars. The Superweapon and the American Imagination (2008). De gezaghebbende Franklin, auteur van talloze wetenschappelijk verantwoorde boeken, wijst erop dat

We lead our everyday lives in an environment of beeps and flashes, synthesized voices and video displays, the sounds and sights of miraculous machines that promise to do all kinds of labor and provide all kinds of excitement. The machines can make us feel omnipotent and helpless, supremely important and wholly insignificant, masters of our destiny and slaves of our own creation. Amid this confused interplay of power and alienation, the computer has also merged, in more ways than any single person can possibly know, with our weapons and superweapons. 

Door de introductie van de kernbom en de noodzaak tot snel reageren, is de Amerikaanse democratie almaar verder uitgehold. Franklin, die in tegenstelling tot Hellendoorn, uit directe ervaring weet waarover hij het heeft, zet uiteen dat:

According to the Constitution of the United States, only Congress — the representatives of the people — can decide to initiate and declare war. But intercontinental bombers armed with thermonuclear weapons stripped Congress of this Constitutional prerogative (recht. svh). With only several hours between launch and devastation, the decision was in effect placed in the hands of the President, perhaps to be made in such bizarre scenarios as Fail-Safe and Dr. Strangelove. 

Or perhaps not so bizarre. In 1957, the Strategic Air Command had placed a nuclear strike force on permanent fifteen-minute alert at all its bases. SAC acknowledged in April 1958 that it had actually launched its nuclear-armed bombers toward the Soviet Union many times because of misinterpreted meteors, 'interference from high-frequency transmitters,’ unexplained ‘foreign objects’ ‘flying in seeming formation,’ and various other events. That year, while flying as a SAC navigator and intelligence officer, I participated in some of these launches and learned why they had occurred. One was actually caused by a flight launches and learned why they had occurred. One was actually caused by a flight of SAC's own B-52s failing to identify itself as it penetrated the Distant Early Warning (DEW) line in the Canadian Arctic and then again as it crossed the MidCanada Line. Another launch was initiated when an intruder shot and killed a guard at a ‘Special Weapons’ (in other words nuclear bombs) storage area on a SAC base, triggering SAC’s paranoid fears of a full-scale attack by Communist saboteurs. Since it would have taken hours for the bombers to reach their Soviet targets, and since the Soviet Union at this time actually had no operational intercontinental bombers amor missiles that could reach the United States, the SAC bombers could be safely recalled without initiating World War III.

The intercontinental ballistic missile diminished the decision-making time much further, to thirty minutes. Then, although Congress still had the only legal authority and the President still had the only publicly acknowledged authority, the actual authority to launch thermonuclear war in certain circumstances had to be decentralized and delegated to numerous military officers. For if only the President or his  legal successors or a surviving military command center had the power to order a nuclear attack, nuclear retaliation could be prevented by a ‘decapitating’ first strike — such as even a single thermonuclear warhead on Washington — that eliminated all those authorized to give the orders. The submarine-launched ballistic missile reduced the possible time between launch and impact to ten minutes or less and led to the delegation of launch authority under certain conditions to the three top officers of each nuclear-armed submarine.

This is all part of the implacable logic of nuclear deterrence or Mutually Assured Destruction. Why? Because of that scary term ‘Assured.’ If one side attacks — or is perceived to have attacked — the other side must launch within minutes or risk having its retaliatory capabilities neutralized. As the strategists say, ‘Use 'em or lose ‘em.' The original attack must first be perceived, mainly by satellites, which of course are highly computerized. The information must then be coded, transmitted, and interpreted, at each stage mainly by computers and equipment run by computers… The command and control system not just of America but of any nation maintaining a nuclear strike force consists largely of computer hardware and software… 

The roles that automatons play in the command and control of nuclear weapons are more frightening than most people realize, since the essential information is highly classified. As each new superweapon shrank the decision-making time and made the human command structure more vulnerable, more reliance was placed on automation. As early as 1970 the United States had deployed an automated system for ordering full-scale nuclear war. This doomsday apparatus was known by the innocuous name of ERCS (Emergency Rocket Communications System). For at least a decade, few people were aware of its existence. Then, in 1980, a small item buried in a three-hundred-page Air Force procurement document requested the piddling sum of $18.7 million for electronic replacement parts of the 'Emergency Rocket Communications System, MN-16525C,’ needed because of the ‘aging of the system.’ This led to the disclosure that eight of the Minutemen missiles ready for launch in Missouri silos contained, in place of warheads, robot transmitters programmed to send the current attack signal to the U.S. nuclear strike forces. On an electronic command from an airborne Air Force command plane, these missiles would launch and their robot transmitters would order the apocalypse. 

Much worry about automated command has focused on the menace posed by accidental or hair-trigger decisions initiated by faulty hardware or software, unforeseen natural events, or bloopers in the interface between humans and computers. The history of command and control show good reason to worry… 

The monstrous alien weapons we created have reversed the entire process of evolution, reducing the human species to a single repulsive (weerzinwekkend. svh) sluglike (slakachtige. svh) alien monster… This image embodies what we may become if we do not regain human control of our own creative powers.  

Wat mij als journalist telkens weer opvalt is het intellectuele isolement waarbinnen de overgrote meerderheid van mijn collega's leeft. Zij lezen nauwelijks boeken over hun eigen vak of over de onderwerpen, waarover zij een mening ventileren. Daarnaast hebben zij nauwelijks tot geen contacten met de kritische intelligentsia in het buitenland, de mainstream praat elkaar na en ziet er nauwlettend op toe dat er geen dissidente stemmen in de massamedia aan bod komen. Bovendien haten de meeste journalisten van de commerciële massamedia het internet omdat dit medium hun vroegere monopolie op de berichtgeving heeft teniet gedaan. Op 27 augustus 2014 stelde de journalist Micha Kat aan Hubert Smeets de vraag waarom hij als 'verantwoordelijke redacteur' voor de Rusland-berichtgeving in zijn krant geen wederhoor pleegde, maar alleen de westerse propaganda bleef herhalen, terwijl op internet zoveel kritische informatie beschikbaar was en daar tevens de Russische visie werd belicht. Zonder echt op de vraag in te gaan, antwoordde Smeets zonder te hoeven nadenken op hoge toon:

Omdat een groot deel wat op internet verschijnt gewoon gelul is, geen enkele fundamentele basis heeft in de feiten. Zo simpel kan ik het zeggen. 

Op zijn beurt schreef de stem van het establishment, H.J.A. Hofland, met nauwelijks ingehouden walging dat de

‘nieuwe media’ met de mening van de bloggers voor een groot deel van de publieke opinie toonaangevend [zijn] geworden. Dit is de gedigitaliseerde stem des volks.

Volgens het grote voorbeeld van de polderpers had

internet het machtsgevoel van de ontevredenen vergroot. Nu kunnen ze de wereld in hun wrok laten delen. Deze bloggers zijn de permanent wrokkenden in digitale gedaante…

Het gevolg was, zo liet Hofland na de onthullingen van WikiLeaks zijn NRC-publiek weten, dat:

Bestuurders zich in het nauw [voelen] gedreven, aan de ene kant doordat het onvermijdelijke internet ook een middel tot voorbarige openbaarheid kan zijn, aan de andere kant doordat ze daarmee worden uitgeleverd aan het onmiddellijke oordeel van de dan plotseling goedgelovige massa. De verborgen zwakte van internet is dat het oorzaak kan zijn van een laaiende volkswoede.   

De kwalificatie 'voorbarige openbaarheid' met betrekking tot onthullingen over de  langdurige politieke corruptie van Washington en financiële corruptie van Wall Street, is typerend voor de regenteske houding van de 'vrije pers,' die decennialang vanwege haar eigen gecorrumpeerde houding van alles en nog wat verzweeg, in de vergeefse hoop ‘een laaiende volkswoede’ te voorkomen. Geschrokken rennen de mainstream-journalisten vandaag de dag achter de feiten aan, zien hun oplages almaar dalen en weigeren, uit angst voor nog meer statusverlies, in discussie aan te gaan met kritische vakgenoten, die naar internet zijn uitgeweken. Al jarenlang geven laatst genoemden via weblogs kritische informatie door uit boeken en uit goed geïnformeerde websites van buitenlandse intellectuelen. Uit eigen ervaring weet ik dat de in zichzelf gekeerde polderpers een confrontatie met kritische denkbeelden niet aan durft. En zo blijven mijn mainstream-collega's rondhangen in hun zelf gebouwde doodlopende straat, die alleen nog als 'echo chamber' voor hun ‘peergroup’ fungeert, 

in which information, ideas, or beliefs are amplified or reinforced by transmission and repetition inside an ‘enclosed’ system, where different or competing views are censored, disallowed or otherwise underrepresented.


Vanwege dit isolement is de polderpers aangewezen op de ‘informatie’ van de mainstream-media in doorgaans de Angelsaksische wereld. Hetgeen The New York Times bericht gaat voor de Nederlandse mainstream-journalisten door voor de absolute waarheid. Iedere informatiebron die daarvan afwijkt wordt meteen gemarginaliseerd. Vandaar dat bijvoorbeeld het onthullende boek Queen of Chaos. The Misadventures of Hillary Clinton (2016) van de goed geïnformeerde Amerikaanse Diana Johnstone door hen niet als bron wordt geraadpleegd, terwijl deze onderzoeksjournaliste de historische context van de expansionistische Amerikaanse politiek uiterst helder aantoont. Zo schrijft zij over de neoconservatieve invloed op het beleid van de regering Obama:  

The election of Obama in 2008, following the self-dissolution of PNAC (Amerikaanse inmiddels ontbonden neoconservatieve denktank, uitgesproken voorstander van de illegale inval in Irak. svh) several years earlier, left a widespread impression that the neoconservative hold on U.S. foreign policy had been broken, for the most part by disillusion with the results of the war in Iraq. Yet Obama has gradually come to adopt the PNAC line, albeit with seeming reluctance. His first Secretary of State, Hillary Clinton, however, has positioned herself as their new darling. 

In July 2014, billionaire Haim Saban declared in a Bloomberg TV interview that he would contribute ‘as much as needed’ to elect Hillary Clinton in 2016. This is significant because both Saban's fortune and his zeal (ambitie. svh) seem to be inexhaustible. Saban declares proudly that his greatest concern is to protect Israel through strengthening the United States-Israel relationship. ‘I'm a one-issue guy, and my issue is Israel.’ If Americans in general can see no urgent use for the nation's enormous military power, the use is obvious for someone like Saban, with dual Israeli-U.S. citizenship: the strengthening of Israel's position in the Middle East. 

Saban sees three ways to be influential in American politics: make donations to political parties, establish think tanks, and control media outlets. Although he lost his bid to buy the Los Angeles Times in hope of changing its ‘pro-Palestinian’ line, in 2002 Saban showered seven million dollars on the Democratic National Committee, donated five million dollars to Bill Clinton’s Presidential Library, and above all, founded his very own think tank, the Saban Center for Middle East Policy within the Brookings Institution, previously considered the most politically neutral of major Washington think tanks. This was accomplished by a record donation to Brookings of thirteen million dollars. The Saban Center fosters (bevorderen. svh) dialogue, not between Israelis and Arabs, of course, but between Israelis and American decision-makers. 

While betting on the Democrats, Saban picks favorites, as illustrated by this anecdote: 

‘Obama was asked the same question Hillary was asked — “If Iran nukes Israel, what would be your reaction?” Hillary said, “We will obliterate them.” […] Four words, it's easy to understand. Obama said only three words. He would “take appropriate action.” I don't know what that means.’

Saban's rant continued, calling Iran ‘a rogue state... that is a supporter of Hezbollah, which killed more Americans than any other terrorist organization,’ etc. In short, Hillary passed the test, but Obama flunked (voor een examen zakken. svh). Neither one of them would ever dare say what former French President Jacques Chirac replied years ago to the same question, by observing that should Iran dare attack Israel, Teheran would be wiped out by Israeli’s nuclear arsenal, which was a way of pointing out the absurdity of the scenario. For pointing this out, Chirac was attacked by France's pro-Israel press, a risk no leading American politician would ever dare to take — not with moneybags like Saban waiting in the wings. 

De angst voor de zionistische lobby, en het daaraan gekoppelde verlies van inkomen en aanzien, weerhouden ook opiniemakers als Geert Mak en de rest van de Nederlandse Makkianen om zich publiekelijk uit te spreken tegen de terreur van de staat die zich zo graag ‘Joods’ noemt. Die lafheid staat in schril contrast met de intellectuele integriteit van bijvoorbeeld de Britse auteur John Berger, wiens joodse voorouders uit Polen, Galicië en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk kwamen, en die nu onomwonden verklaart: ‘En hier identificeer ik mijzelf zonder te aarzelen met de rechtvaardige zaak en de pijn van degenen die de staat Israël (en neven van mij) veroorzaken in een mate die tragisch totalitair is.’ 

Op 27 december 2008, tijdens het zoveelste bloedbad van de Israelische strijdkrachten in Gaza, schreef Berger:

We are now spectators of the latest — and perhaps penultimate — chapter of the 60 year old conflict between Israel and the Palestinian people. About the complexities of this tragic conflict billions of words have been pronounced, defending one side or the other. Today, in face of the Israeli attacks on Gaza, the essential calculation, which was always covertly there, behind this conflict, has been blatantly revealed. The death of one Israeli victim justifies the killing of a hundred Palestinians. One Israeli life is worth a hundred Palestinian lives. This is what the Israeli State and the world media more or less — with marginal questioning — mindlessly repeat. And this claim, which has accompanied and justified the longest Occupation of foreign territories in 20th-century European history, is viscerally racist. That the Jewish people should accept this, that the world should concur, that the Palestinians should submit to it — is one of history's ironic jokes. There's no laughter anywhere. We can, however, refute it (ertegen protesteren. svh), more and more vocally. Let's do so.

Het absurde en treurige is dat net als dominee Catrinus Mak in het interbellum de verkeerde kant koos, zo kiest nu ook zijn zoon Geert de kant van de onderdrukker door te zwijgen. Zoals zijn vader in 1936 de anti-joodse rassenwetten van de nazi’s ‘staatkundig tolerabel’ vond, doet op zijn beurt Mak junior het voorkomen dat de Joods-Israelisch terreur tegen de Palestijnse bevolking ‘tolerabel’ is. De bron van dit verraad is in beide gevallen een gewiekst opportunisme en conformisme. In Nederland slaagt de kleinburger met een zekere dosis onbeschaamde hypocrisie en opportunisme erin een heel eind komen. Daardoor kunnen Nederlandse commandotroepen trainen in een nagebouwde 'Arabische' stad in de Negev-woestijn, om alvast te oefenen hoe straks de 'urban-warfare' in de Derde Wereld moet worden gevoerd om de belangen van de blanke christelijke elite te beschermen, zonder dat ook maar iemand van Hoflands ‘politiek-literaire elite’ in de polder hiertegen protesteert. Want zoals de kunstenaars Adam Broomberg en Oliver Chanarin in het fotoboek Chicago (2006) schreven:

Everything that happened, happened here first, in rehearsal. The invasion of Beirut, the first and second Intifada, the Gaza withdrawal, the Battle of Falluja; almost every one of Israel's major military tactics in the Middle East over the past three decades was performed in advance here in Chicago, an artificial but realistic Arab town built by the Israeli Defence Force for urban combat training.

De doorsnee Nederlander collaboreert altijd met de ‘powers that be.’ Zo weet de dominee/koopman in de polder te overleven. Dat heeft hij wel van de geschiedenis geleerd. 


De twee gezichten van de VS. Onder Frank Zappa






2 opmerkingen:

  1. Je kunt je vrolijk maken over de poseurs en charlatans die in Nederland de naam
    'journalist' dragen, maar de ziedende benadering met harde feiten die ze tot
    schande maken is de enig juiste.

    Zit die Mak zo onder de plak?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. US warcrimes,Obama's warcrimes,crimes against humanity that following the Nuremberg trials would be punished with the death penalty.......another massacre in Afghanistan...
    US forces just killed at least 32 more civilians, many of whom were children.
    "Of course, this is on top of all the wedding parties, hospitals, and other victims of US bombing attacks that have brought the death toll from US interventionism in Afghanistan to more than 200,000, not to mention the wounded, maimed, homeless, and refugees."
    "The military regrets the loss of innocent life but, they say, they didn’t really have a choice. If they didn’t fire the missiles, the US and Afghan troops would be killed. If they did fire the missiles, the innocent people living in the neighborhood would die. Not surprisingly, the military chose to protect the lives of the soldiers at the expense of those innocent people living in the neighborhood."

    http://ronpaulinstitute.org/archives/featured-articles/2016/november/07/another-us-massacre-in-afghanistan/

    BeantwoordenVerwijderen