• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

donderdag 17 november 2016

Frank Westerman's Provinciale Schrijverij 38

Perhaps you think the Creator sent you here to dispose of us as you see fit. If I thought you were sent by the Creator, I might be induced to think you had a right to dispose of me. Do not misunderstand me, but understand fully with reference to my affection for the land. I never said the land was mine to do with as I choose. The one who has a right to dispose of it is the one who has created it. I claim a right to live on my land and accord you the privilege to live on yours.
Chief Joseph of the Nez Percé in Idaho. Speech rejecting the demands that he lead his people onto a reservation. 1876

New fault lines in Trump’s America have developed. Genuine peaceful protest and concern is being submerged in accusations of organized disruption, a point which has made Kellyanne Conway, Trump’s campaign manager, call upon the calming advice of President Barack Obama, Hillary Clinton herself, and Bernie Sanders.

Trump has provided a vigorous, aggressive shake to the establishment. The tremors are still being felt in the frail body politic. For those who opposed, and ignored Trumpism altogether, forms of denial have taken even deeper root. They have little interest in bringing the Trump voters into the fold, let alone idly waiting for a transition period to unfold. Their tactic has now become one of uncivil disobedience ahead of the inauguration, effectively a challenge about the very idea of legitimacy in the United States.
Dr. Binoy Kampmark. Fantasies of Impeachment and Protest: continued Media Misreadings of Donald Trump. 15 november 2016

Twee jaar geleden was er voor ‘Amerikakenner’ Geert Mak nog geen vuiltje aan de lucht en sprak hij in zijn boek In America (2014), lovend over ‘the vitality of American democracy,’ die hij  bevestigd zag door zelfs ‘doemdenker’ John Steinbeck, die ruim een halve eeuw eerder de Amerikaanse ‘democratie’ had getypeerd als ‘at once flexible and firm.’ In de postuum uitgegeven essaybundel America and the Americans (1966) voegde Steinbeck hieraan toe dat ‘It has been proof not only against foreign attack but against our own stupidities, which are sometimes more dangerous,’ een citaat dat Mak met instemming overnam in zijn boek In America. Travels with John Steinbeck (2014). Als bewijs voor zijn stelling dat de Amerikaanse democratie nog steeds ‘vitaal’ was, nam hij tevens de beschrijving over van één enkele ervaring die de Britse historicus Simon Schama optekende, om daaruit te concluderen dat 

Ever since then he has known precisely when American democracy, after long years of despair, came back from the dead: ‘7:15 p.m. Central Time, 3 January 2008, Precinct 53, Theodore Roosevelt High,’ 

een schoolgebouw ‘in Des Moines-West,’ de hoofdstad van Iowa, waar Schama ‘a simple caucus  (bijeenkomst van leden van een politieke partij. svh) in the first round of the 2008 presidential elections’ bijwoonde. Kortom, op grond van een tekst uit de jaren zestig en één enkele ervaring in 2008 verbond Mak in 2014 de verstrekkende conclusie dat ‘de Amerikaanse democratie’ gekenmerkt werd door ‘vitaliteit.’ Zou hij tijdens zijn verblijf in de VS beter hebben opgelet en zich onder de mensen hebben begeven dan had mijn oude vriend, net als de vooraanstaande Amerikaanse journalist/schrijver Chris Hedges hebben kunnen constateren dat:

Our capitalist democracy ceased to function more than two decades ago. We underwent a corporate coup carried out by the Democratic and Republican parties. There are no institutions left that can authentically be called democratic. Trump and Hillary Clinton in a functioning democracy would have never been presidential nominees. The long and ruthless corporate assault on the working class, the legal system, electoral politics, the mass media, social services, the ecosystem, education and civil liberties in the name of neoliberalism has disemboweled the country. It has left the nation a decayed wreck. We celebrate ignorance. We have replaced political discourse, news, culture and intellectual inquiry with celebrity worship and spectacle,

aldus Hedges op 11 november 2016. Zijn even gerenommeerde Amerikaanse collega Robert Scheer had al twee dagen eerder gewaarschuwd:

Make no mistake about it: This is a crisis of confidence for America’s ruling elite that far surpasses Nixon’s Watergate scandal. They were the enablers of radical deregulation that betrayed Franklin Delano Roosevelt’s contract with the American people in the wake of the Great Depression. The people are hurting, and regrettably, Trump was the only vehicle presented to them by either major party in the general election to register their deepest discontent. The Trump voters are the messenger; don’t demonize them in an effort to salvage the prestige of the superrich elite that has temporarily lost its grip on the main levers of power in this nation.

Thankfully, the Clinton era is over, and the sick notion that the Democratic Party of FDR needed to find a new home in the temples of Wall Street greed has been rudely shattered by the deep anger of the very folks that the Democrats had presumed to represent. That includes working-class women, who failed to respond to the siren song of Clinton, whom the Democratic hacks offered instead of a true progressive like Sanders or Elizabeth Warren. Yes, we need a female president, but not in the mold of Margaret Thatcher.

Maar omdat de tamelijk geremde, gereformeerd opgevoede Mak geen willekeurige vreemden naar hun ervaringen en meningen durft te vragen en geen banden heeft met kritische Amerikaanse intellectuelen, en bovendien niet zoals Steinbeck met een zwijgzame hond naast zich door de VS trok, maar met zijn ostentatief aanwezige echtgenote Mietsie, besefte mijn oude vriend volstrekt niet dat de combinatie van het desastreuze neoliberalisme en het agressieve neoconservatisme de Amerikaanse democratie tenminste twee decennia geleden al had uitgehold, en het land allang bestuurd werd door corrupte politici en een technocratisch management, aangestuurd door de economische en financiële elite. Mak had niets door, want slechts twee jaar geleden meende hij nog steeds dat

American diplomats are among the best in the world, the country has outstanding information systems, its army is capable of anything, its universities and the State Department have brilliant strategists and political analysts at their disposal, and American businesses operate all over the world. The United States has had a hand in countless peace negotiations, often bringing them to a successful conclusion,

waardoor de Amerikanen door ‘soft power,’ althans volgens zijn boek In America, ‘the beginnings of order’ hebben gecreëerd in de ‘international politics and the world economy.’ 

Een ‘orde’ die alleen al de afgelopen 15 jaar Afghanistan, Irak, Libië, Oekraïne, en Syrië in chaos heeft onder gedompeld. Een ‘orde’ die tevens gebruik maakt van terroristische organisaties om onwelgevallige regimes te verdrijven. Hoewel de westerse mainstream-media dit doorgaans verzwijgen, zag het dagblad Trouw zich op dinsdag 15 november 2016 toch gedwongen om op dit feit in te gaan. Onder de kop ‘Aleppo maakt zich op voor slotoffensief’ berichtte de krant:

De Russen en Syriërs stelden voor om de burgers te laten vertrekken, maar de opstandelingen stonden dat niet toe - burgers die zich naar de humanitaire corridors begaven, werden beschoten… De Verenigde Naties deden nog een laatste poging om een bestorming te voorkomen met het voorstel aan de Syrische regering om Jabhat Fateh al-Sham (het Syrische Al-Qaida) uit de stad te laten vertrekken… Dat is niet het enige slechte nieuws voor de rebellen. De Verenigde Staten zijn inmiddels gestopt met de steun aan rebellen en jihadisten in Syrië. Onder Obama gaf de CIA minstens een miljard dollar per jaar uit aan het bewapenen en trainen van rebellen, onder wie ook de jihadisten van het aan Al-Qaida gelieerde Nouredine al-Zenki.

Islamist rebels and jihadists in Syria are guilty of war crimes, Amnesty International said in a report on Tuesday, accusing them of 'a chilling wave of abductions, torture and summary killings. The London-based rights group named five Syrian anti-regime factions operating in northern Syria: al-Qaeda affiliate al-Nusra Front, hardliner Ahrar al-Sham, Nureddin Zinki, the Levant Front and Division 16.

Het feit dat de regering Obama de terroristen van Al-Qaida en Jabhat Fateh al-Sham (dat tot 28 juli 2016 bekend stond als Jabhat al-Nusra) sinds het ministerschap van Hillary Clinton met onder andere wapens steunden, en NAVO-bondgenoten daarbij betrokken zijn, is een feit dat dankzij internet al lang bekend was, en op 10 augustus 2015 zelfs publiekelijk werd bevestigd door Luitenant Generaal Michael Flynn, voormalig hoofd van ‘the Defense Intelligence Agency (DIA),’ die in een interview met Al Jazeera duidelijk maakte dat de Amerikaanse regering express niet naar de informatie van de DIA luisterde. ‘I think it was a willful decision,’ aldus geniaal Flynn. Het door de Russische Federatie gefinancierde en internationaal opererende televisiezender RT meldde dat het 

classified DIA report presented in August 2012, stated that ‘the Salafist, the Muslim Brotherhood, and AQI [Al- Qaeda in Iraq] are the major forces driving the insurgency in Syria,’ being supported by ‘the West, Gulf countries and Turkey.’

The document recently declassified through the Freedom of Information Act (FOIA), analyses the situation in Syria in the summer of 2012 and predicts: ‘If the situation unravels, there is the possibility of establishing a declared or undeclared Salafist principality in eastern Syria… and this is exactly what the supporting powers to the opposition want, in order to isolate the Syrian regime.’

De reden waarom Trouw pas nu bekend maakt dat de VS al tenminste sinds 2012 terroristen van ondermeer al-Qaida financieel en militair steunt is volgens goed geïnformeerde insiders omdat NAVO-partners de VS en Groot-Brittannië op dit moment zoveel mogelijk van hun terroristische bondgenoten proberen te vermoorden om te voorkomen dat zij straks in handen vallen van de Russen en Syriërs, waardoor diplomatieke en juridische procedures tegen deze NAVO-leden kunnen worden begonnen vanwege steun aan terrorisme. Kennelijk begint ook Trouw iets te vermoeden, want de krant bericht voorzichtig dat het stoppen van de steun aan de terroristen in Syrië ‘Mogelijk heeft te maken met de Amerikaanse verkiezingsuitslag,’ en dan bovendien het gevaar bestaat dat de steun van een Democratische regering aan een groepering, die beschuldigd is van de aanslagen op 11 september 2001, waarbij bijna 3000 burgers omkwamen, politiek uitgebuit zal worden door de Republikeinse Partij. Vanzelfsprekend kan een mainstream-krant als Trouw de ware achtergronden niet expliciet melden, maar het kan tegelijkertijd ook niet teveel informatie achterhouden, wil het niet alle geloofwaardigheid verliezen zodra de werkelijkheid uitlekt. De modale mainstream-journalist moet elke dag weer als een koorddanser zien te overleven. Teveel waarheid vernietigt zijn carrière, te weinig waarheid vernietigt het laatste beetje geloofwaardigheid die hij meent te bezitten. Hoe dan ook: het achterhouden van vitale informatie toont aan hoe groot de wanorde is van de zogeheten ‘orde’ waarover Geert Mak het voortdurend heeft. Iets anders gesteld: Geert Mak’s ‘orde’ is de ‘orde’ van Smedley Darlington Butler, een beroemde Generaal-Majoor van de 

U.S. Marine Corps, the highest rank authorized at that time, and at the time of his death the most decorated Marine in U.S. history. During his 34-year career as a Marine, he participated in military actions in the Philippines, China, in Central America and the Caribbean during the Banana Wars, and France in World War I.

1935 — as a second world war was looming — he wrote in the magazine Common Sense,

‘I spent 33 years and four months in active military service and during that period I spent most of my time as a high class muscle man for Big Business, for Wall Street and the bankers. In short, I was a racketeer, a gangster for capitalism [corporatism]. I helped make Mexico and especially Tampico safe for American oil interests in 1914. I helped make Haiti and Cuba a decent place for the National City Bank boys to collect revenues in. I helped in the raping of half a dozen Central American republics for the benefit of Wall Street. I helped purify Nicaragua for the International Banking House of Brown Brothers in 1902-1912. I brought light to the Dominican Republic for the American sugar interests in 1916. I helped make Honduras right for the American fruit companies in 1903. In China in 1927 I helped see to it that Standard Oil went on its way unmolested. Looking back on it, I might have given Al Capone a few hints. The best he could do was to operate his racket in three districts. I operated on three continents.’

That same year he published a short book with the now-famous title War Is a Racket, for which he is best-known today. Butler opened the book with these words:

‘War is a racket. It always has been. It is possibly the oldest, easily the most profitable, surely the most vicious. It is the only one international in scope. It is the only one in which the profits are reckoned in dollars and the losses in lives.’

He followed this by noting, ‘For a great many years, as a soldier, I had a suspicion that war was a racket; not until I retired to civil life did I fully realize it. Now that I see the international war clouds gathering, as they are today, I must face it and speak out.’

Butler went on to describe who bears the costs of war — the men who die or return home with wrecked lives, and the taxpayers — and who profits — the companies that sell goods and services to the military. (The term ‘military-industrial complex’ would not gain prominence until 1961, when Dwight Eisenhower used it in his presidential farewell address. See Nick Turse’s book The Complex: How the Military Invades Our Everyday Lives.)

Writing in the mid-1930s, Butler foresaw a U.S. war with Japan to protect trade with China and investments in the Philippines, and declared that it would make no sense to the average American:

‘We would be all stirred up to hate Japan and go to war — a war that might well cost us tens of billions of dollars, hundreds of thousands of lives of Americans, and many more hundreds of thousands of physically maimed and mentally unbalanced men.

Of course, for this loss, there would be a compensating profit — fortunes would be made. Millions and billions of dollars would be piled up. By a few. Munitions makers. Bankers. Ship builders. Manufacturers. Meat packers. Speculators. They would fare well.…

But what does it profit the men who are killed? What does it profit their mothers and sisters, their wives and their sweethearts? What does it profit their children?

What does it profit anyone except the very few to whom war means huge profits?’

Noting that ‘until 1898 [and the Spanish-American War] we didn’t own a bit of territory outside the mainland of North America,’ he observed that after becoming an expansionist world power, the U.S. government’s debt swelled 25 times and ‘we forgot George Washington’s warning about “entangling alliances.” We went to war. We acquired outside territory.

It would have been far cheaper (not to say safer) for the average American who pays the bills to stay out of foreign entanglements. For a very few this racket, like bootlegging and other underworld rackets, brings fancy profits, but the cost of operations is always transferred to the people — who do not profit.’

Butler detailed the huge profits of companies that sold goods to the government during past wars and interventions and the banks that made money handling the government’s bonds.

‘The normal profits of a business concern in the United States are six, eight, ten, and sometimes twelve percent. But war-time profits — ah! that is another matter — twenty, sixty, one hundred, three hundred, and even eighteen hundred percent — the sky is the limit. All that traffic will bear. Uncle Sam has the money. Let’s get it.

Of course, it isn’t put that crudely in war time. It is dressed into speeches about patriotism, love of country, and “we must all put our shoulders to the wheel,” but the profits jump and leap and skyrocket — and are safely pocketed.’

And who provides these returns? ‘We all pay them — in taxation.… But the soldier pays the biggest part of the bill.’

His description of conditions at veterans’ hospitals reminded me of what we’re hearing today about the dilapidated veterans’ health-care system. Butler expressed his outrage at how members of the armed forces are essentially tricked into going to war — at a pitiful wage.

‘Beautiful ideals were painted for our boys who were sent out to die. This was the “war to end all wars.” This was the “war to make the world safe for democracy.” No one mentioned to them, as they marched away, that their going and their dying would mean huge war profits. No one told these American soldiers that they might be shot down by bullets made by their own brothers here. No one told them that the ships on which they were going to cross might be torpedoed by submarines built with United States patents. They were just told it was to be a “glorious adventure.”

Thus, having stuffed patriotism down their throats, it was decided to make them help pay for the war, too. So, we gave them the large salary of $30 a month.’


Het grote gevaar van een mainstream-opiniemaker als Geert Mak is dat hij met zijn neoliberale en neoconservatieve propaganda in zowel zijn boeken als tijdens publieke optredens een actief onderdeel is van de verpaupering in de westerse wereld. Zijn manicheïsche televisie-oproep om op Hillary Clinton te stemmen, omdat, zo suggereerde hij, Donald Trump de hedendaagse ‘Hitler’ zou kunnen zijn, demonstreert de verregaande corruptie van het journaille. De bestseller-auteur probeert wederom de aandacht te verleggen, zodat het huidige bestel, ongehinderd door enige serieuze democratische controle, zijn uiterst gewelddadige politiek ten aanzien van mens en natuur wereldwijd kan voortzetten. Wat  de Makkianen niet willen zien, is de bredere context waaruit Trump omhoog is geborreld, en die bijvoorbeeld door de prominente Amerikaanse hoogleraar Henry A. Giroux in zijn boek America at War with Itself (2016) uitgebreid, diepgaand en scherpzinnig wordt geanalyseerd. In het voorwoord betoogt de Amerikaanse hoogleraar geschiedenis Robin Kelley:

‘America at War With Itself’ demolishes the pedestrian (simplistische. svh) (and dangerous) argument that Trump appeals to legitimate working-class populism driven by class anger. The claim that Trump followers are simply working-class whites expressing class resentment ignores both the historical link between whiteness, citizenship, and humanity, and also the American dream of wealth accumulation built on private property. Trump's people are not Levelers! (Nor are they universally ‘working-class’ — their annual median income clocks in at about $72,000.) They strongly believe in private property and the right to bear arms to protect that property. They don't just ignore Trump's wealth; they are enamored (verliefd op. svh) with it. They embrace the dream that if only America can be restored to its mythic greatness — which is to say, to return to its status as ‘a white MAN's country’ (as if it is not now) — they, too, can become a Trump. But their racism, reinforced by civic illiteracy, has convinced them that it is the descendants of unfree labor or the colonized, or those who are currently unfree, who are blocking their ascent to the world of Trump and the billionaire Koch brothers. 

Giroux understands just how racist resentment feeds authoritarianism, and how this dialectic is nourished by reactionary pedagogies. While many of us are fully familiar with neoliberal policies that have redistributed wealth upward, ripped away any real safety net for the poor, and promoted capital flight, outsourcing, and free trade policies that destroy the environment and reduce much of the world's labor force to semi-slavery, we are less familiar with policies and practices that cultivate popular ignorance, that reduce the body politic to civic illiterates, and that privatize what ought to be an open and vibrant public sphere. With his inimitable insight, intellectual dexterity (vaardigheid. svh), and political acuity (actualiteit. svh), Giroux exposes these policies and their consequences…

Whereas the forces of neoliberalism hypocritically scream, ‘Stop Trump,’ Giroux calls on us to wage ‘an anti-fascist struggle that is not simply about remaking economic structures, but also about refashioning identities, values, and social relations as part of a democratic project that reconfigures what it means to desire a better and more democratic future.’

Het is juist deze bredere context, waarop kritische Amerikaanse intellectuelen wijzen, die Mak negeert, deels vanwege een gebrek aan kennis en denkvermogen, deels omdat de bredere context zijn positie als opiniemaker in Nederland en Vlaanderen ondergraaft. Het feit dat Mak onweersproken door de commerciële massamedia kan doorgaan met zijn propaganda verklaart waarom de ‘chroniqueur’ van ‘Europa’ en ‘de Verenigde Staten’ zo populair is in het politieke en bureaucratische bolwerk Brussel, waar zowel de EU als de NAVO zijn gestationeerd. Zonder Mak en de Makkianen in het Westen zou al veel eerder duidelijk zijn geworden hoe diep de westerse malaise al enige decennia is. Zelfs nu nog klampt mijn oude vriend zich vast aan de ineen stortende façade die de werkelijkheid moet verhullen. Met een schaamteloze pedanterie gaat hij door met het verkopen van de inmiddels politiek failliete neoliberale en neoconservatieve ‘vrije markt’ ideologie. In het kader daarvan steunt hij momenteel de hetze tegen Rusland, die onder Hillary Clinton als president naar alle waarschijnlijkheid in een oorlog met deze grootmacht zou zijn geeïndigd. In tegenstelling tot Mak’s misdadige voorstelling van zaken benadrukt professor Kelley dat:

Once again, Henry A. Giroux slices through the thick fog of spectacle, mindless punditry (onnozele opiniemakers. svh), mountains of polling data, the smokescreen of corporate media — all the bullshit — and cuts to the point. These are indeed dark times, but they are dark not merely because we are living in an era of vast inequality, mass incarceration, and crass materialism, or that we face an increasingly precarious future. They are dark because most Americans are living under a cloak of ignorance, a cultivated and imposed state of civic illiteracy that has opened the gates for what Giroux correctly sees as an authoritarian turn in the United States. These are dark times because the very fate of democracy is at stake — a democracy fragile from its birth, always battered on the shoals of racism, patriarchy, and class rule. The rise of Donald J. Trump is a sign of the times. 

Before you start nodding your head, Giroux does not argue that Trump is the cancer and his removal from the body politic is the answer. Trump is merely the symptom; he is the barometer of our current political, cultural, and social climate. He defies (weerspreekt. svh) the analyses of the so-called liberal pundits who either sound the alarm, insisting that Trump is dangerous and needs to be stopped, or dismiss him as the latest clown in the two-ring circus we call American politics. What we are facing is not a crisis of Republican implosion or political deform; this is not your MSNBC smug (zelfgenoegzame. svh) defense of the Democratic Party’s sanity in the face of Republican insanity. Giroux harbors no such illusions: ‘The spirit of authoritarianism cuts across both political parties.’ But as Giroux also notes, these same pundits sounding the alarm to ‘Stop Trump’ do not insist that racism has to stop, foreign and domestic wars have to stop, the crimes of finance capital have to stop, policies that render most Americans — especially those of darker hue — precarious or disposable, have to stop. 

Giroux is not interested in Trump the clown, Trump the narcissist, Trump the racist, or even Trump the con artist. Instead, he turns his critical sights on the society that produced and legitimized him. From his rabid and rapidly growing right-wing following to the channel surfers seeking a good chuckle to the liberal elite quick to dismiss ‘The Donald’ with smug indifference, our country and its democracy is in steep decline. After all, this is the same society that holds 2.5 million in cages, most of whom are black and brown and poor; whose military budget is larger than that of China, Saudi Arabia, Russia, the U.K., India, and Japan combined; where the killing of unarmed Black people by police, security guards, or vigilantes has become almost a daily occurrence; where the toxic mix of privatization, free-market ideology and a ‘punitive state’ has turned our schools into high-stakes testing grounds and human warehouses in which the administration of discipline has shifted from teachers and principals to the criminal justice system; where the War on Drugs, with ‘zero tolerance’ policing, turns some neighborhoods into open-air prisons, strips vulnerable residents of equal protection, habeas corpus, freedom of movement, even protection from torture; and where, in states such as Michigan, local governance has been replaced by so-called Emergency Financial Managers whose primary objective is to privatize public resources and basic needs (e.g., water). And the band plays on... or, as Giroux so aptly puts it, we move ‘from a culture of questioning to a culture of shouting.’ 

Terwijl dit proces zich in de geprivatiseerde en gedereguleerde VS en overal elders voltrok, soms in iets andere vorm maar met dezelfde rampzalige gevolgen, bleven de mainstream-media in het Westen hun rol als ‘chroniqueur’ verzaken, zo erg dat zelfs Geert Mak zich op een bepaald moment gedwongen voelde zijn rol ter discussie te stellen door op te merken dat ‘wij, chroniqueurs van het heden en verleden, onze taak, het “uitbannen van onwaarheid,”’ niet ‘serieus genoeg’ nemen. En dit alles, terwijl toch, volgens ‘chroniqueur’ Mak zelf, ‘Op dit moment op Europees en mondiaal niveau een misvorming van de werkelijkheid plaats[vindt] die grote consequenties heeft.’ Hoewel Mak in besloten kring toegaf dat ‘Iets soortgelijks zich in de Verenigde Staten [afspeelt],’ en dat ‘[we] beide gevechten aan het verliezen [zijn],’ blijft ‘de populairste geschiedenisleraar van het land’ proberen de neoliberale en neoconservatieve façade overeind te houden, door onder andere zijn oproepen om de EU van ‘Geen Jorwert zonder Brussel’ te steunen en toch vooral op Hillary Clinton te stemmen, de ‘belichaming van de corrupte elite,’ zoals kritische Amerikaanse intellectuelen haar zien. Mak verdient er goed mee, en zijn prestige onder de elite is, getuige al haar lof, alleen maar toegenomen. Het is ook geenszins onverklaarbaar dat zijn echtgenote, Mietsie Mak, in huilen uitbarstte toen zij vernam dat Geert’s ‘corrupte elite’ de presidentsverkiezing had verloren, en haar echtgenoot moest meedelen dat hij ‘haar niet [kon] geruststellen.’ Het is nooit leuk wanneer de eigen club, verliest. Wat de ‘chroniqueur van Amsterdam, Nederland, Europa en Amerika,’ zoals hij betiteld wordt, probeert te verdoezelen, is datgene wat de westerse mens allang weet, en door de beroemde Britse cineast Adam Curtis in zijn nieuwe documentaire HyperNormalisation (2016) kort maar krachtig als volgt wordt samengevat: 

WE LIVE IN A WORLD WHERE THE POWERFUL DECEIVE US.
THEY KNOW WE KNOW THEY LIE.
THEY DON’T CARE. WE SAY WE CARE.
BUT WE DO NOTHING AND NOTHING EVER CHANGES.
IT’S NORMAL. WELCOME TO THE POST-TRUTH WORLD.

Opiniemaker Mak en de rest van de mainstream-pers ‘don’t care,’ het interesseert hen niet dat ‘we know they lie,’ want ‘we do nothing,’ en dus ‘nothing ever changes.’ De 'virtual reality,' waarin de mensheid is opgesloten, heeft het abnormale ‘normaal’ gemaakt. Welkom in de nieuwe werkelijkheid van de leugen, waar kritische stemmen niet gehoord worden, en waar een belangrijk aspect van de strategie het afleiden van de aandacht is. De gevolgen ervan zijn buitengewoon desastreus. Door te weigeren de oorzaken grondig te analyseren die tot de opkomst van Trump hebben geleid, neemt de verpaupering alleen maar versneld toe. Een arts die alleen een diagnose kan stellen, maar niet weet hoe de ziekte is ontstaan, vormt een gevaar voor zijn patiënten, zo is een journalist die niet wil inzien dat ‘Trump merely the symptom,’ is van een kwaal maar niet de ziekte zelf, ook die vormt een bedreiging van de gemeenschap. Mak wil de waarheid niet zien omdat het orakel uit Bartlehiem dan gedwongen wordt te stoppen met het rechtvaardigen van de status quo, die hem nu juist zoveel geld en bevestiging heeft opgeleverd. Dus weigert hij zijn publiek erop te wijzen dat Trump slechts ‘the barometer [is] of our current political, cultural, and social climate,’ en kan hij daardoor voorkomen in te moeten gaan op de oorzaken. Opnieuw geldt dat Mak de politieke angel uit het ‘drama’  trekt, door net te doen alsof Trump het probleem is, dat de toekomstige president een hedendaagse ‘Hitler’ is, die ineens vanuit het niets de keurige burgerij overvalt met racisme, seksisme, anti-semitisme, en een hele reeks andere onprettige ismen. Het gevolg van deze infantiele benadering is dat het gevaar alleen maar toeneemt, en wel omdat het criminaliseren niets doet aan de oorzaken. Door de ‘culture of questioning’ te saboteren werkt Geert Mak mee aan de huidige ‘culture of shouting,’ die zo’n duidelijk aspect is van het groeiende fascisme. Eén van de voornaamste redenen dat de ressentimenten, haat en woede toenemen, is het feit dat de elite en haar woordvoerders ‘KNOW WE KNOW THEY LIE,’  en dat de mens zich machteloos voelt tegen dit corrupte systeem. Door het gevoel van vervreemding en hulpeloosheid is het botte cynisme van de elite en de Makkianen overgeslagen op het grote publiek. Tegelijkertijd is de overgrote meerderheid van de westerse bevolking door reclame en propaganda een virtuele werkelijkheid ingeloodst, waarin amusement de burger nog verder depolitiseert. En zodra het publiek de virtuele wereld ook maar één moment weet te ontsnappen, bijt Mak zich woedend vast in het eigen gelijk, zoals blijkt wanneer zijn razernij  losbreekt, en hij op hoge toon meedeelt: 

De elite die zich in het stof moet wentelen, ik ben dat verhaal strontzat. Wilders, Trump, Farage, ze hebben geen idee van wat er moet gebeuren.

Dat ook zijn ‘ideale’ presidentskandidaat Hillary Clinton niet bij machte zou zijn geweest een politiek te voeren die een einde had gemaakt aan het gewelddadige hegemonistische beleid van de Amerikaanse elite, is een feit dat Mak en de Makkianen niet willen weten. Desgevraagd is hij bereid toe te geven dat de westerse ‘democratie’ maar ‘half functioneert,’ maar dan sluiten zich de veiligheidskleppen automatisch, hij heeft de uiterste grens van zijn denkvermogen bereikt. Dus blijft men met een zinloze kwalificatie achter. Een democratie werkt of werkt niet, er is geen tussenweg, net zomin als een vrouw half zwanger kan zijn, of iemand aan een halve ziekte kan lijden. De formulering typeert Mak's aangeboren halfslachtigheid (dat kan weer wel). Even typerend is de volgende voorstelling van zaken: ‘De elite die zich in het stof moet wentelen, ik ben dat verhaal strontzat.’ Het is karakteristiek voor het middenklasse milieu, waarin de domineeszoon opgeroeide, om op de goegemeente neer te kijken. Mak ziet zich, net als zijn vader, als een geestelijk herder van het volk. Hij is ervan overtuigd de waarheid te kennen, en hoe die in het dagelijkse leven geïnterpreteerd moet worden. Aan zijn gezag kan niet getornd worden. En zodra het canaille hem als representant van de zelfbenoemde elite bekritiseert, dan ervaart de profeet uit Bartlehiem dit als de verplichting om ‘in het stof’ te ‘wentelen.’  In zijn ‘democratie’ is geen uitwisseling van gedachten en feiten mogelijk tussen 'het volk' en de ‘elite.’ Communicatie is éénrichtingsverkeer, loopt van boven naar beneden en niet omgekeerd. Van een ware discussie wordt Mak ‘strontzat,’ want dan moet hij als geestelijk leider serieus ingaan op de wijze waarop een aanzienlijk deel van de bevolking de werkelijkheid ervaart. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn, aangezien een dergelijke ontwikkeling de autoriteit aantast van allereerst hemzelf en vervolgens die van de rest van de ‘elite.’ Hij zal het ook niet in zijn hoofd halen om ooit met iemand als ik publiekelijk in discussie te gaan, want hij weet uit ervaring dat er dan weinig overblijft van zijn autoriteit.

Wanneer mijn oude vriend stelt dat ‘Wilders, Trump, Farage, ze hebben geen idee van wat er moet gebeuren,’ dan heeft hij daar gelijk in, maar precies hetzelfde gaat op voor zijn politieke helden in Den Haag en Brussel, die hem zo prijzen en met allerlei onderscheidingen belonen. Hij kan zelfs het idee niet toelaten dat op zijn beurt een groot deel van de westerse bevolking de corrupte politici en journalisten ‘strontzat’ is, als ik even zijn kennelijk elitair woordgebruik mag lenen. De zelfbenoemde ‘elite’ in de polder heeft namelijk niet door ervaring geleerd hoe juist de oude regel ‘Noblesse Oblige’ is. Zodra haar positie dreigt te worden aangetast, vervalt de zogenaamde elite in haar vroegere gewoonten en begint de tegenstander ouderwets de huid vol te schelden, totdat ook dit onvoldoende blijkt en geweld wordt toegepast. Dit proces is onvermijdelijk omdat de oorzaken van het gebrek aan vertrouwen in de politieke, economische en ‘politiek-literaire elite’ niet zijn weggenomen. Integendeel zelfs. Het publiek krijgt mede door hackers, kritische websites, WikiLeaks, etcetera, een steeds duidelijker beeld van de corrupte ‘elite’ en haar boodschappers in de media. Een bewijs van zijn kwader trouw demonstreerde Mak toen hij als ‘Amerika-deskundige’ na de presidentverkiezing op 8 november 2016 het verlies van Hillary Clinton ondermeer toeschreef aan ‘de grove interventie’ van ondermeer ‘Poetin,’ zonder over enig juridisch houdbaar bewijs te beschikken. Net als de rest van de Nederlandse mainstream-pers beweerde hij in één adem door dat de ‘gevaarlijke figuren uit de jaren 30, Mussolini, Hitler, Stalin, alvast één ding gemeen hadden met Trump: hun tijdgenoten konden hen moeilijk plaatsen, maar veel mensen beseften wel dat ze héél gevaarlijk waren,’ maar ook hier sprak hij zichzelf tegen. In zijn boek De eeuw van mijn vader (1999) vergoelijkt Geert Mak namelijk de anti-semitische sentimenten van zijn ouders -- die model staan voor de Nederlandse kleinburger -- als een voortdurend ‘zoeken naar een houding in deze wereld,’ want

[m]ijn ouders wisten nu eenmaal niet, zoals niemand dat weet, op welke plek ze zich bevonden in de geschiedenis. En met name wisten ze één ding niet: dat hun leven zich afspeelde tussen een voorbije wereldoorlog en een komende.

Moeten de lezers nu aannemen dat zijn vader, die in 1936 als dominee publiekelijk liet weten de Neurenberger Rassenwetten ‘staatkundig ‘tolerabel’ te vinden, inderdaad besefte dat ‘Hitler’ als nazileider ‘héél gevaarlijk’ was? Indien dit het geval is, dan is het onbegrijpelijk dat zoon Geert het standpunt van zijn vader Catrinus Mak alsnog probeerde te vergoelijken. Indien zijn vader dit niet wist, dan is de vraag waarom juist hij niet wist dat hij als geestelijk leidsman ‘God’s uitverkoren volk’ verraadde, terwijl toch 'veel mensen [wel] beseften dat' Hitler 'héél gevaarlijk' was? Bovendien is het volgens ter zake kundige historici onjuist te stellen dat ‘veel mensen’ in de wereld ‘beseften dat’ Mussolini en Hitler ‘héél gevaarlijk waren,’ zoals uit talloze documenten en historische studies blijkt. Zo is bekend dat de toch goed geïnformeerde financiële elite in zowel het Verenigd Koninkrijk als in de VS betrokken is geweest bij de financiering van Hitler: 

I.G. Farben, the company that became the German war machine's key component, was under the control of Rockefeller's Standard Oil at the time it funded 45 percent of Hitler's election campaign in 1930. Through General Electric, J.P. Morgan controlled the German radio and electrical industry in the form of AEG and Siemens (by 1933, General Electric owned a 30 percent stake in AEG). Through telecom company ITT, he controlled 40 percent of Germany's telephone network and 30 percent of aircraft manufacturer Focke-Wulf. Opel was taken over by the Dupont family's General Motors. Henry Ford held a 100 percent stake in Volkswagen. In 1926, with the participation of Rockefeller bank, Dillon Reed and Co., the second largest industrial monopoly emerged - metallurgical firm Vereinigte Stahlwerke (Unified Steel Trusts) of Thyssen, Flick, Wolf, Fegler, etc. 

American cooperation with Germany's military-industrial complex became so intense and pervasive that, by 1933, American capital had reached key sectors of German industry and even major banks like Deutsche Bank, Dresdner Bank, Donat Bank, etc. 

Comment: Germany presented an incredible investment opportunity. A well-educated, motivated population in a key geographic location available for pennies on the dollar. Perhaps some investors were not concerned about other agendas. 

Simultaneously, a political force was being financed that would be called upon to play a crucial role in the Anglo-American plans — the Nazi party and Adolf Hitler himself. 

German Chancellor Brüning wrote in his memoirs that beginning in 1923, Hitler received large sums of money from abroad - from where exactly is unknown, but it passed through Swiss and Swedish banks. It is also known that in 1922, Hitler met with U.S. Military Attaché Capt. Truman Smith in Munich - a meeting Smith recounted in a detailed report to his Washington superiors (in the Office of Military Intelligence), saying he thought highly of Hitler. 

It was through Smith's circle of acquaintances that Hitler came into contact with ‘Putzi’ (Ernst Franz Sedgwick Hanfstaengl), a Harvard University graduate who played an important role shaping Hitler into a successful politician, giving him substantial financial support and connections among senior British figures. 

En wat de verschillende volkeren betreft, ook bij hen waren er genoeg Hitler-sympathisanten, ook in Nederland. Overigens maakt nu dezelfde financiële elite de Amerikaanse oorlogen in Afghanistan, Irak, Syrië enzovoorts mogelijk, want achter het militair-industrieel complex, waarvoor president Eisenhower al in 1961 waarschuwde, gaan dezelfde banken en institutionele beleggers schuil, en vandaag de dag ook miljardairs als George Soros, die door de mainstream-media wordt geprezen als ‘filantroop,’ terwijl hij als speculant door Wall Street-deskundigen wordt omschreven als een ‘roofdier van de eerste orde,’ en Soros over zichzelf zei: ‘I am basically there to make money. I can not and do not look at the social consequences of what I do.’ Nogmaals: ‘WE LIVE IN A WORLD WHERE THE POWERFUL DECEIVE US,’ met de bewuste steun van Nederlandse opiniemakers als de zo aimabel geachte Mak. Als men al een vergelijk tussen toen en nu zou willen trekken, dan is die niet tussen Hitler en Poetin, maar tussen demagogen van elke kleur en Geert Mak. Het feit dat mijn oude vriend telkens weer Rusland demoniseert draagt namelijk het gevaar in zich van een nucleaire holocaust, waarbij Auschwitz en Hiroshima trivialiteiten zullen blijken te zijn geweest, of zoals Harry Mulisch het in zijn boek De Zaak 40/61 omschreef:

Eichmann is definitief geschiedenis geworden. Waar praat ik nog over? Mensen bedreigen mensen met een vernietiging, waarnaast de jodenmoord een bagatel zal worden, een herinnering uit de goeie oude tijd. En geen Amerikaan of Rus die, komt het bevel, zal weigeren de bommen in het zachte vlees van hele volkeren te werpen -- zo min als Eichmann weigerde. Wat hebben wij eigenlijk over Eichmann te beweren? Wij, die zelfs de ongeborenen bedreigen: en die oorlog tegen ons nageslacht is al sinds zestien jaar aan de gang! Maar zoiets heet geen 'oorlog' meer, dat heet een vervloeking. Hier vervloekt de mens zichzelf, zijn eigen kindskinderen, hieruit spreekt een haat zo fundamenteel, dat wij wel moeten vrezen, de mens nog altijd overschat te hebben.

Mulisch heeft nog steeds gelijk. Waarin verschillen immers degenen die bewust het risico willen lopen van een nucleaire genocide wezenlijk van overtuigde nazi’s, zodra het aankomt op de dreiging met genocide? ‘Hier vervloekt de mens zichzelf, zijn eigen kindskinderen,’ als Mak die zou hebben, ‘hieruit spreekt een haat zo fundamenteel, dat wij wel moeten vrezen, de mens nog altijd overschat te hebben.’ Inderdaad, ‘wij’ worden hier geconfronteerd met een pathologisch geval, die zegt te geloven in

een milde, liefdevolle God. En dat je die genade overbrengt op je medemensen, dat je deel uitmaakt van een gemeenschap die de hele wereld omvat, dat er lijnen lopen tussen andere mensen en jou en tussen jou en God,

maar die tegelijkertijd ‘war mongers’ steunt, en zodoende miljarden mensen het risico laat lopen dat ze uitgeroeid worden, en wiens echtgenote de buitenwereld bezweert dat haar man — die een ‘geheime liefde’  koestert voor Amerika, inclusief de hegemonistische terreur tegen andere volkeren — ‘altijd aardig en lief voor iedereen’ is. Zo opereert de waanzin in de ‘virtual reality,’ waar niets meer waar is, en daarom alles, overal en altijd, even waar is. Over de ‘virtuele werkelijkheid’ waarin de postmoderne mens zo verdwaald is geraakt, verklaart Adam Curtis in het begin van HyperNormalization, zijn BBC-documentaire van ruim tweeënhalf uur:

We live in a strange time. Extraordinary events keep happening that undermine the stability of our world. Suicide bombs, waves of refugees, Donald Trump, Vladimir Putin, even Brexit. Yet those in control seem unable to deal with them, and no-one has any vision of a different or a better kind of future.

This film will tell the story of how we got to this strange place. It is about how, over the past 40 years, politicians, financiers and technological utopians, rather than face up to the real complexities of the world, retreated. Instead, they constructed a simpler version of the world in order to hang on to power. And as this fake world grew, all of us went along with it, because the simplicity was reassuring. Even those who thought they were attacking the system - the radicals, the artists, the musicians, and our whole counterculture — actually became part of the trickery, because they, too, had retreated into the make-believe world, which is why their opposition has no effect and nothing ever changes.

But this retreat into a dream world allowed dark and destructive forces to fester and grow outside. Forces that are now returning to pierce the fragile surface of our carefully constructed fake world.

De door Adams ontlede virtuele werkelijkheid heeft de opkomst gefaciliteerd van bestseller auteurs als Geert Mak, die met hun ‘carefully constructed fake world’ de leegte kunnen opvullen dankzij het gegeven dat ‘no-one has any vision of a different or a better kind of future.’ Het enige dat een verstandig mens kan doen, is laten zien hoe leeg de ‘simpler version of the world’ is die de postmoderne profeten de mogelijkheid hebben gegeven ‘to hang on to power.’ Meer de volgend keer.


'Je zou kunnen zeggen dat Geert Mak een nogal vlakke leercurve heeft. Daar hebben meer mensen in de mainstream media last van...'

Dat de internationale bestsellerauteur Mak precies kan meevoelen met mensen die hun bestaanszekerheden verliezen, waag ik te betwijfelen. Wat wel zeker is, is dat hij het beter weet. Mak beseft met al zijn empathische vermogens echter niet dat bevoogdende teksten mensen juist tot razernij kunnen brengen, zeker als daar ergens ook nog ene meneer Hitler bij wordt gehaald. Gefundenes Fressen voor bloggers als Bert Brussen van The Post Online. En omdat deze denkfout in Nederland nu al meer dan 16 jaar wordt gemaakt, zou je kunnen zeggen dat Mak een nogal vlakke leercurve heeft. Daar hebben meer mensen in de mainstream media last van.

https://www.ftm.nl/artikelen/de-mainstream-media-zijn-de-weg-kwijt







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen