• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zaterdag 8 oktober 2016

VVD Zionisme

Kritische analyse VVD-beleid inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict

door Jan Wijenberg, zondag 02 oktober 2016

Bespreking van: Egbert Harmsen, De kwestie Israel-Palestina sinds ’Oslo’ (1993). Uitgever Palestina Publicaties, 2016.
Waarden en normen van de VVD ter discussie
Om verschillende redenen komt de inventarisatie van vooral VVD-standpunten over "de kwestie Israel-Palestina sinds ’Oslo’ (1993)", samengesteld door Egbert Harmsen, op het goede moment. Al was het maar omdat Trouw op 6 september - de eerste dag van het bezoek van Premier Netanyahu aan Nederland - opent met: Top VVD waagt zich aan normen en waarden.
Het onderzoek bestrijkt de periode 1993 tot 2015. Het vormt een nuttige aanvulling op de dissertatie van G.A. van der List, De VVD en het Nederlandse buitenlands beleid 1948 - 1994, Leiden, DSWO Press, 1995.
Egbert Harmsen ontleedt met onweerlegbaar feitenmateriaal in krap 200 bladzijden het wetteloze en gewetenloze VVD Israël-Palestinabeleid. Hij registreert pijnlijk nauwkeurig hoe de VVD-top decennialang consequent het illegale, racistische, roofzuchtige en moorddadige Israëlische beleid verdedigt, de in het internationaal recht gegarandeerde Palestijnse rechten vrijwel steeds negeert en de Palestijnen stelselmatig demoniseert. De VVD-leiding onderdrukt actief het Israël-Palestinadebat binnen de partij (’daar komt alleen maar gedoe van’), maalt niet om de feiten, gaat aperte leugens niet uit de weg en heeft ook zelf geen boodschap aan het internationaal recht.

De VVD kende van oudsher twee stromingen: de Thorbecke-liberalen en de ’wijn-en-kaashuisje’-liberalen, ook wel ’neo-liberalen’ genoemd. De eerste stroming - de liberalen van de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid binnen het normatieve staatsbestel - is, zo blijkt ook uit Harmsen’s analyse, verdwenen. De tweede, de 130 km/u minnende, regels en belastingen hatende, ’hebben, houden en halen’ stroming, voert nu de boventoon.
Hun leiders hebben bovendien een breed opgezette aanval op de rechtsstaat ingezet. [Zie Jan Wijenberg, Weg met Thorbecke, leve het populisme?, 2016-06-22, Joop.nl]

Sommige VVD-leiders hadden, naast oog voor de veronderstelde belangen van Israël, ook wel interesse in de rechten van de Palestijnen: tot op zekere hoogte Van der Klaauw, ook Van Eekelen, Nicolaï en Van Aartsen; zij voelden zich kennelijk nog verwant aan het gedachtegoed van Thorbecke. Van Baalen, Bolkestein, Ten Broeke, Hoes, Kamminga, Manheim, Rosenthal, Rutte en Weisglas worden niet in het minst gehinderd door de kernwaarden van Thorbecke of door aantoonbare feiten. Aan het internationaal recht wordt, vaak minachtend, voorbij gegaan.
Er is, aldus Harmsen, binnen de VVD sprake van een vruchtbare voedingsbodem voor steun aan de Staat Israël.

De auteur toont aan, dat de hoofdlijn van het Israël-Palestina VVD-beleid sinds 1993 maar één, vooral door de trans-Atlantische oriëntatie geïnspireerd, doel kende en kent: het bevorderen van de belangen van Israël en het negeren van de Palestijnse rechten. Harmsen belicht tenminste drie structurele misvattingen in het VVD-beleid: de noodzaak van een ’evenwichtig’ beleid, dat altijd ten koste gaat van de zwakste partij, de Palestijnen; Israël als ’de enige democratie’ in een vijandige Arabische omgeving; en het garanderen van de veiligheid van Israël, een van de meest agressieve staten in de regio.

Waar zich zwaar weer boven Israël samenpakt, zal - mochten, zoals gewetensvolle Israëlische denkers verwachten, de maatschappelijke en politieke onweerswolken zich boven de Joods/Israëlische bevolking ontladen - de vraag van de medeverantwoordelijkheid van de VVD voor de steun aan het desastreuze Israëlische regime aan de orde komen.
Harmen illustreert met een overvloed aan feiten de teloorgang van de VVD, in essentie een bekrompen, visieloze gezelligheidsvereniging zonder debatcultuur. In die omgeving kan ’de VVD-elite’, niet te beroerd om het debat te smoren, zonder veel debat of tegenspraak ongecontroleerd haar gang gaan.

Hierbij moet, zoals uit vele voorbeelden blijkt, ook in aanmerking worden genomen dat de VVD ten aanzien van het vraagstuk Israël-Palestina, samen met de PVV, het CDA, de CU, de SGP en enige splintergroepjes, lange tijd - en anno 2016 nog steeds - over een meerderheid in de Tweede Kamer beschikt.
Bijgevolg heeft de coalitiepartner, de PvdA, aanvaard dat de fractie en vooral hun bewindspersonen met handen en voeten aan dit uitzichtloze beleid gebonden zijn. Ook kernwaarden en -normen zijn, zo blijkt, in de politiek onderhandelbaar.

De onderzoeker laat het feitenmateriaal spreken. De conclusies zijn geserreerd geformuleerd. Hoewel er alle aanleiding is om politiek volstrekt gefundeerde opvattingen stevig neer te zetten, beperkt de auteur zich tot onderkoeld geformuleerde observaties en gevolgtrekkingen. Hij toont aldus zelfdiscipline en vindt goed gekozen, maar niet mis te verstane, bewoordingen.

Het paste wellicht niet in de doelstellingen van het onderhavige onderzoek, maar twee relevante aspecten komen niet of onvoldoende aan de orde: de aard, de essentie, van het Israëlische regime en het belang van het relevante internationaal recht. De rijkdom aan aangedragen feiten verschaft meer dan voldoende aangrijpingspunten om het VVD-beleid ter zake binnen deze kaders nader te bezien.

De VVD en het zionisme

In de twintiger jaren van de vorige eeuw besloot de Volkerenbond de staatkundige eenheid Palestina in het leven te roepen. Het Mandaat werd toevertrouwd aan het Verenigd Koninkrijk met als opdracht Palestina tot een volwaardige staat te begeleiden. Daarin is het VK ernstig tekort geschoten.
Israël werd in 1947/48 een afsplitsing van Palestina. In het Interbellum meldden zich zionistische - extreem religieus gemotiveerde -  terreurgroepen. Hun doel was het veroveren van Eretz of Groot-Israël, het verdrijven van de Palestijnen en de bedoeïenen en de vernietiging van hun samenleving.

Europese aanhangers van deze fascistische stroming werkten regelmatig samen met Hitler’s nazi-Duitsland. In 1948 eigenden deze terroristen zich ten koste van de oorspronkelijke bewoners een staat, Israël, toe, in 1967 door militaire veldslagen uitgebreid met de Palestijnse gebieden - nu de bezette staat Palestina. Tot op de dag van vandaag wordt in alle openbaarheid en onverminderd gewerkt aan het realiseren van der Judenstaat [Theodor Herzl].
Ben Gurion verdreef kort na het vestigen van de staat Israël zo’n 70% van de Palestijnse bevolking, iets dat we anno 2016 zeker als een daad van genocide zouden kwalificeren. De Palestijnen herdenken elk jaar de Nakba, de catastrofe.
Het gerenommeerde Russell Tribunaal concludeerde in september 2014 dat Israël zich verder beweegt op de weg naar genocide op de Gazaanse bevolking.
Op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en ook in Israël zelf worden voor de niet-Joodse groeperingen de wettelijke, juridische, economische en sociale duimschroeven steeds verder aangedraaid.
Dezer dagen doen weer geruchten de ronde, dat het Israëlische regime van plan is alle niet-Joden uit Groot-Israël te deporteren, waarschijnlijk naar Jordanië, Libanon en Egypte’s Sinaï-woestijn.

Het conflict met de niet-Joden in ’Groot-Israël’ houdt de Joodse Israëliërs bijeen. Om hen in het gareel te houden, wordt deze naar aloude fascistische traditie voor een zogenaamde tweede Holocaust decennialang voortdurende angst aangejaagd. [Voor een huiveringwekkend, gedetailleerd verslag, zie Max Blumenthal, Goliath, Life and Loathing in Greater Israel, 2013, Nation Books, New York.] De hele wereld - ook Nederland, maar zeker ’de Arabieren’ - kan elk moment toeslaan. En Israël, tot de tanden toe bewapend, zal keihard terugslaan. De inmiddels diepgewortelde paranoia schept de voorwaarden waaronder rond 70% van de Joodse bevolking van Israël en bezet Palestina nu achter deportatie van vreemde elementen staat.
Het Zuid-Afrikaanse Apartheid regime is slechts een bleke afspiegeling van de dominante fascistische, racistische, roofzuchtige en moorddadige Joods/Israëlische mentaliteit.

Tekenen van onvermijdelijk maatschappelijk verval worden steeds duidelijker.

Zowel Ehud Barak als de Plaatsvervangend Chef van Staven hebben er enige maanden geleden op gewezen dat de huidige mentaliteit in Israël fascistisch is, vergelijkbaar met die in het nazi-Duitsland van 1933, toen Hitler definitief de macht veroverde. [Onafhankelijke waarnemers staan over deze conclusie niet verbaasd.]

Hanin Zoabi, het voortdurend door Joodse collega’s getreiterde Palestijnse Knesset-lid, zei tijdens de Kristallnachtherdenking in Amsterdam dat in Israël alle voorwaarden voor een Kristallnacht aanwezig zijn.

De toonaangevende kroniekschrijver van Haaretz, Gideon Levi, roept om buitenlandse interventie om het rampzalige nederzettingenbeleid te beëindigen. Voortzetting betekent het onvermijdelijke einde van de staat Israël. Van onverwachte zijde ontvangt hij steun. Vrijwel alle nu gepensioneerde directeuren van Shin Bet [de binnenlandse veiligheidsdienst] en de Mossad [de buitenlandse evenknie] delen zijn mening en geven daar in het openbaar duidelijk blijk van.

Tamir Pardo, voormalig chef van de Mossad, voorspelt een snel naderende burgeroorlog, gevolg van een diepgravend Joods conflict. Veel Joodse Israëli’s spreken al over ’twee Joodse gemeenschappen’, sommigen zelfs over ’twee Joodse volken’ binnen de Israëlische Joodse natie. De welvarende, politiek gematigde oorspronkelijk Europese Ashkenazim staan steeds meer tegenover de vooral uit omringende landen afkomstige Mizrahim, de ’Orientals’ en de Sephardic, of ’Spaanse’, gemeenschap. De laatsten worden tot de Orientals gerekend. Zij zijn economisch en maatschappelijk achtergesteld, sterk nationalistisch en beschikken gezamenlijk over een overgrote meerderheid. Ten koste van de Ashkenazim winnen de Orientals aan invloed, in de politiek, maar ook binnen de Israel Defence Forces.  
Het hoeft, aldus de Sephardische Pardo, niet lang meer te duren dat de Ashkenazim en de Orientals elkaar in de haren vliegen.
[Uri Avnery, Israel’s "raidly approaching" civil war, 04-09-2016, Redressonline.com]

Het onverholen fascistische en racistische Israëlische regime is als eerste aansprakelijk voor de gevolgen van hun beleid. De steun van velen in de westerse wereld heeft ook bijgedragen aan de rampspoed van de Palestijnen, de bedoeïenen, de Libanezen, en binnen afzienbare tijd wellicht ook van de Joodse Israëliërs zelf.

Bij de ’VVD elite’ valt nog geen begin aan inzicht te ontwaren in het wespennest waarin zij zich hebben begeven en in de gevolgen waarvoor zij medeverantwoordelijkheid dragen. Decennialang heeft geen enkele VVD-buitenlandwoordvoerder het fascistische en racistische karakter van de zionistische ideologie en dat regime onderkend. Toch lag en ligt het er duimendik bovenop. Dat roept de vraag naar het beoordelingsvermogen binnen de grootste partij in de Tweede Kamer op.

Israël, een westers bolwerk in de Arabische wereld? Dan presenteert ’de Joodse staat’  het slechtste dat wij te bieden hebben.

Het internationaal recht en de VVD
Harmsen noemt regelmatig sommige instrumenten van internationaal recht, zoals de IVde Geneefse Conventie, zonder op de inhoud en de relevantie daarvan in te gaan. Hij zou dat als buiten zijn onderzoeksopdracht kunnen beschouwen. Anderzijds gaat hij hiermee, zoals hieronder besproken, voorbij aan de essentie.

VVD-buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke propageert, conform het ’neo-liberalisme’ van zijn partij, ’het eigen belang’ als leidend beginsel van de buitenlandse politiek. Daarmee maakt hij een ernstige staatrechtelijke fout, die zich ook voortdurend wreekt in het VVD-Israël en Palestina beleid.

Alle leden van de Staten-Generaal en alle bewindspersonen hebben de eed van trouw gezworen op, onder andere, de Grondwet. Daarmee verplichten zij zich grotere rechtskracht aan het internationaal recht toe te kennen boven het Nederlandse. [Grondwet, art. 94] Ten Broeke ontkent alleen al met het beginsel ’het eigen belang’ de inhoud en strekking van zijn ambtseed. Bovendien negeert hij de Grondwet in het VVD-Israël en Palestinabeleid. Helaas staat hij daarin binnen en buiten zijn partij niet alleen.

Jammer genoeg gaat Harmsen geheel voorbij aan de betekenis van de Advisory Opinion on the Legal Consequences of the Construction of a Wall in the Occupied Palestinian Territory van 9 juli 2004 van het Internationaal Gerechtshof [IGH]. Deze bindende uitspraak maakt eerdere arrangementen, zoals ’Oslo’, ongeldig en dus irrelevant. Het Hof heeft op basis van een veelheid van instrumenten van dwingend internationaal recht zijn Opinie bepaald:
-        Israël mag, indien gewenst, wel een veiligheidsmuur bouwen, echter slechts op    eigen grond. Daarom wordt Israël opgedragen de muur, voor zover op Palestijns         gebied, af te breken en de getroffenen schadeloos te stellen;
-        alle Joodse nederzettingen zijn illegaal. Israël dient zich volledig, vreedzaam,      zonder onderhandelingen, zonder voorwaarden vooraf, zonder ‘land swaps’,            terug te trekken achter de Groene of Bestandslijn van 1967. Pas daarna worden   de finale statusonderhandelingen op voet van gelijkheid gevoerd.
Het IGH geeft - in het Advisory deel - ook bindende adviezen aan Israël en andere landen. De kern is tweeledig. Israël dient het humanitaire recht en het oorlogsrecht te respecteren en te honoreren. De andere lidstaten zijn gehouden Israël daartoe te dwingen.

De leden van het parlement en de bewindspersonen zijn via hun ambtseed op de Grondwet gebonden zich te houden aan deze Advisory Opinion. In feite heeft het IGH in de partijprogramma’s van alle politieke partijen in het parlement hun Israël-Palestina paragraaf geschreven. Deze dient het centrale uitgangspunt en de basis voor het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël en Palestina te zijn.

In essentie wijst het Internationaal Gerechtshof de weg naar vrede tussen Israël en Palestina. Vrede bereiken berust uitsluitend op het implementeren van deze uitspraak van de hoogste rechter ter wereld. Ergerniswekkend, negeert een meerderheid van de Tweede Kamer, waaronder de VVD en de portefeuillehoudende bewindslieden, deze uitspraak. Zij schenden daarmee niet alleen  hun ambtseed, zij vormen aldus onderdeel van een daadwerkelijke internationale blokkade op een duurzame, dus rechtvaardige, vrede. Het is ook een ongehoorde minachting van en de doodsteek voor ons staatsrechtelijke bestel. Kennelijk zijn onze hoogste ambtsdragers niet geïnteresseerd in het internationaal recht en al evenmin in hun eigen geloofwaardigheid. Wanneer zelfs parlementsleden, ministers en staatssecretarissen de wet en hun ambtseed minachten, waarom zou de burger en kiezer zich dan wèl aan de wet en zijn andere burgerlijke plichten houden?

De Nederlandse politieke partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de handhaving van onze rechtsorde. Daarbinnen dragen zij ook de verantwoordelijkheid voor het streven naar vrede tussen Israël en Palestina. De VVD, de PVV, de CU, de SGP en de bewindspersonen van coalitiepartner PvdA hebben daar geen boodschap aan en dragen zo bij aan het afbreken van de internationale rechtsorde. De geschiedenis leert, dat de verantwoordelijke politici op zeker moment ter verantwoording zullen worden geroepen.

Conclusie
Onlangs definieerde Gideon Levy, de kwaliteitschroniqueur van de kwaliteitskrant Haaretz - niet bepaald verrassend - het beleid van iedere regering, zoals die van Bondskanselier Merkel, als ‘het nieuwe antisemitisme’. Ook de Nederlandse regeringscoalitie dient daaronder gerekend te worden. Zij geven carte blanche aan de ’Joodse’ staat die een lange neus trekt tegen het internationaal recht en de gerechtigheid; zij geven het rugdekking en financieren en bewapenen het. Daarmee keren zij zich tegen de kernbelangen van het Joods/Israëlische segment. Tegelijk nemen zij deel aan het vertrappen van de rechten van een al even Semitisch volk: de Palestijnen. Dat is, aldus Levy, evengoed een vorm van het nieuwe antisemitisme. [Haaretz, 20 februari 2016]

De VVD - door een serieuze Israëlische analyticus mede beticht van het bedrijven van antisemitisme - zou zich op korte termijn moeten beraden op de integriteit van de partij binnen ons staatsbestel en - in het verlengde - op de juridische, wettelijke en morele houdbaarheid van hun huidig Israël-Palestina beleid.

* Jan Wijenberg is oud-ambassadeur



1 opmerking: