• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

donderdag 5 mei 2016

Vluchtelingenstroom 99


Whatever the type, there is a deep-seated craving common to almost all men of words which determines their attitude to the prevailing order. It is a craving for recognition; a craving for a clearly marked status above the common run (meerderheid. svh) of humanity.
Eric Hoffer. The True Believer. 

Op bevrijdingsdag, maandag 5 mei 2014, verklaarde bestsellerauteur Geert Mak, aangekondigd als de ‘chroniqueur van Europa,’ op de Nederlandse televisie dat de huidige situatie in de Europese Unie te vergelijken is met die in de VS vóór 1861. Hij beweerde letterlijk:

Als je kijkt naar Amerika, dat heeft ook in zo'n soort fase gezeten, vlak voor de burgeroorlog. Nou wil ik niet gelijk met oorlog beginnen hoor, maar…

Programmamaker Sven Kockelmann sprong er onmiddellijk gretig op in door Mak te onderbreken met de opmerking:

U zegt het! Daar was een burgeroorlog nodig om een federatie tot stand te brengen. Wij hebben toch geen burgeroorlog gehad?

En alsof hij op zijn wenken werd bediend, reageerde Mak, zonder te hoeven nadenken, met het volgende antwoord:

Nou, wij hebben nu meneer Poetin bijvoorbeeld, hė!

Kortom, de president van de Russische Federatie gaf Mak weer een argument om zijn propaganda voor het neoliberale en neoconservatieve bolwerk 'Brussel' te legitimeren, want  het samenspel tussen Mak en Kockelmann leidde ten slotte tot de stelling: 

U had het net over Poetin. De meeste Europese landen besteden véél te weinig aan hun defensie-uitgaven. Dat is een belangrijk politiek onderwerp op dit moment. We dragen véél te weinig bij aan de NAVO, in ieder geval in verhouding tot de afspraken die zijn gemaakt. Als wij straks te maken krijgen met agressie uit het Oosten, wat we nog maar moeten afwachten, maar sommigen vrezen daarvoor, en het ziet er in ieder geval tamelijk eng uit, dan kunnen wij niet zonder de hulp van de Amerikanen, en de Amerikanen vinden Europa minder belangrijk tegenwoordig dan de Pacific.

Geert Mak:

De Amerikanen zullen Europa waarschijnlijk wel helpen, strategisch is dat te belangrijk, maar  met steeds grotere tegenzin. Het dwingt Europa om meer aan defensie uit te geven en ook om dat onafhankelijk van Amerika te doen, en veel meer onderling samen te werken…

Kockelmann reageerde minzaam glimlachend: 

Zegt de voormalige fractiemedewerker van de PSP (Pacifistische Socialistische Partij. svh).

Mak ongemakkelijk kijkend:

Een mens denkt wel eens door, er gebeurt wel eens wat in die kop.

Om de absurditeit van deze propaganda naar waarde te kunnen schatten moet ik eerst de werkelijkheid schetsen. Allereerst zal de politieke leiding van de Russische Federatie het uit zijn hoofd laten om een gewapend conflict uit te vechten met de NAVO, aangezien het westers militair bondgenootschap tenminste dertien keer zwaarder bewapend is dan zijn bewust gecreëerde vijand, en van alle kanten door het Westen kan worden aangevallen. Bovendien is Rusland door de levering van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van westerse technologie afhankelijk van Europa.

Onthullend is tevens de opmerking van Kockelmann dat ‘de Amerikanen Europa minder belangrijk [vinden] tegenwoordig dan de Pacific.’  Wat bedoelt de televisie-journalist hiermee? De ‘Pacific’ is namelijk een oceaan. Kockelmann verwijst daarmee verhullend naar de ‘Pacific Rim,’ en dus in werkelijkheid naar China, de grootste schuldeiser van de VS, die als opkomende wereldmacht niet langer meer bereid is de Amerikaanse buitenlandse schuld, die inmiddels tot bijna ruim 18 biljoen dollar is opgelopen, te financieren. http://americawakeup.net/debt Maar dit verzwijgt hij, omdat niet duidelijk mag worden welk geopolitiek spel de VS speelt. En dus verzuimt Kockelmann tevens te melden dat in de ogen van de Amerikaanse elite ‘Europe is not now and is not likely to become a global power,’ hetgeen volgens Brezezinski, de geopolitieke adviseur van zowel president Carter als Obama, betekent dat ‘European steadfastness within NATO is essential to an eventually constructive resolution of the Russia-Ukraine crisis.’ 

Zowel uit de woorden als de daden van de Amerikaanse elite blijkt hoe de NAVO na de val van de Sovjet Unie gebruikt wordt als offensieve militaire organisatie dat overal ter wereld de belangen van de Amerikaanse financieel en commerciële macht en haar militair-industrieel complex moet dienen. Geert Mak en de Makkianen van de Nederlandse zelfbenoemde ‘politiek-literaire elite’ laten zich graag gebruiken om dit neoconservatieve model aan het grote publiek te verkopen als het ‘vredestichtende’ beleid van de ‘ordebewaker en politieagent’ van de wereld. Wanneer hieruit de armageddon van een derde wereldoorlog voortvloeit dan weet de lezer dat bijvoorbeeld het orakel van Bartlehiem hiervoor mede verantwoordelijk is. Een imperium dat zijn hegemonie aan het verliezen is zal uiteindelijk werkelijk alles in het werk stellen om zijn macht te consolideren, zo leert ons de geschiedenis. De mogelijkheid van een nucleaire holocaust kan daarbij niet worden uitgesloten. Ook dit feit verdwijnt achter de vloedgolf aan propaganda van de mainstream-pers, die zichzelf kwalificeert als ‘de vrije pers.’ Als voormalige pacifist rechtvaardigt Geert Mak zijn opportunisme met de woorden: ‘Een mens denkt wel eens door, er gebeurt wel eens wat in die kop.’ Ik ben van zeer nabij getuige geweest van datgene wat in zijn ‘kop’ gebeurde. En aangezien hij dit zelf niet vertelt, zie ik mij als het ware geroepen om hier enige aandacht aan te besteden. Mak is immers uitgegroeid tot een vooraanstaande ‘opiniemaker’ in het kikkerland achter de dijken, waar het poldermodel geen dissidente opvattingen accepteert. 


Zonder al teveel te psychologiseren kan ik stellen dat door de decennia heen de onverzadigbare behoefte aan aandacht het denken van mijn oude vriend Geert heeft vertroebeld. In de zogeheten ‘joods-christelijke’ cultuur wijt men dit aan de ‘ijdelheid der ijdelheden,’ alles is ‘lucht en leegte,’ een ‘ademtocht.’ In het Sanskriet van het hindoeïsme en boeddhisme wordt het ‘maya’ genoemd, een ‘sluier van illusies,’ de veronderstelling dat je het centrum van de wereld bent en dat je de mensheid moet leiden, terwijl de werkelijkheid aan het zicht wordt onttrokken. In het geval van Mak wordt dit gevoed door een diepe onzekerheid, naar ik meen veroorzaakt door het feit dat hij als ‘nakomertje’ van een kinderrijk gezin, alleen maar ouderen om zich heen had, en om aandacht te krijgen moest concurreren met zijn veel oudere broers en zusters. Maar er speelt nog iets anders mee. Geert Mak verloor als zoon van een gereformeerde dominee een tijdlang de hoop op verlossing die het christendom belooft. Januari 2012 schreef Geert Mak mij:  

Het probleem met jou is dat je verdomd vaak gelijk hebt, en dat het vaak geen prettige mededelingen zijn die je te melden hebt… Jij ziet veel dingen scherper en eerder, 

maar, en dat nu is Mak’s probleem:

Ik kan niet zonder hoop, Stan, dat klinkt misschien wat pathetisch, maar het is toch zo.

Het gaat in zijn virtuele werkelijkheid niet om het 'verdomd vaak gelijk' hebben en om 'veel dingen scherper en eerder zien.' Geenszins. Het gaat om 'hoop' dat er licht aan het einde van de tunnel is, hoop dat het huidige materialistische markt-systeem verlossing zal bieden. Opvallend is Mak's inschatting dat, in dit geval ik, 'veel dingen scherper en eerder' zie en dat dit 'het probleem met jou' is.  Dus niet de 'dingen' die ik 'scherper en eerder' zie dan Mak zijn 'het probleem,' maar ik, de journalist. En waarom ben ik het 'probleem'? Wel, omdat mijn analyses, die gebaseerd zijn op wat ik uit eigen ervaring heb meegemaakt en op de talloze boeken van deskundigen die ik over een bepaald onderwerp heb gelezen, de 'waarheden' van Mak weerleggen, en laten zien dat zijn 'hoopvolle' boodschap niet meer is dan wat Camus 'resignation' noemde, het permanent ontsnappen aan de eigen verantwoordelijkheid. 'Resignation,' gelatenheid, je erbij neerleggen en hopen dat er ooit ergens iets de mens zal redden, één of andere god, de wetenschap, de elite, het maakt niet uit wie of wat, zolang men maar niet de eigen verantwoordelijkheid onder ogen moet zien. Alles, behalve dat. Wat Geert Mak en de zijnen weigeren te beseffen is dat het propaganda bedrijven voor een failliet systeem ronduit misdadig is. Het is een bewuste ontkenning van de onherstelbare schade die men toebrengt, veroorzaakt door de maniakale zucht naar aandacht. Niet ‘ik’ ben het ‘probleem,’ maar zij met hun blindheid voor de realiteit. Werkelijk problematisch is hun onvermogen te accepteren hoe waar, acht decennia na dato, de woorden van Albert Camus nog steeds zijn: 
  
From Pandora's box, where all the ills of humanity swarmed, the Greeks drew out hope after all the others, as the most dreadful of all. I know no more stirring symbool; for, contrary to the general belief, hope equals resignation. And to live is not to resign oneself.

Het is de ‘gelatenheid’ van mijn generatiegenoten die in de luwte van de geschiedenis hebben geleefd, in de pauze ervan, om W.L. Brugsma te citeren, de verzetsman die ondermeer de concentratiekampen Neuengamme en Dachau overleefde, die na de oorlog journalist werd, en wiens laatste boek vóór hij stierf getiteld is: ‘Vrede is het alleen in de pauze.’ Nu het nihilisme opnieuw een hoogtepunt heeft bereikt en de laatste moderne mythen hun geldigheid hebben verloren schrijft de Britse auteur John Berger:

I write in a night of shame. By shame I do not mean individual guilt. Shame, as I'm coming to understand it, is a species feeling which, in the long run, corrodes the capacity for hope and prevents us looking far ahead. We look down at our feet, thinking only of the next small step.

People everywhere -- under very different conditions -- are asking themselves -- where are we? The question is historical not geographical. What are we living through? Where are we being taken? What have we lost? How to continue without a plausible vision of the future? Why have we lost any view of what is beyond a lifetime? 

The well-heeled experts answer: Globalization. Post-Modernism. Communications Revolution. Economic Liberalism. The terms are tautological and evasive. To the anguished question of Where are we? the experts murmur: Nowhere! 

Might it not be better to see and declare that we are living through the most tyrannical -- because the most pervasive -- chaos that has ever existed? It's not easy to grasp the nature of the tyranny, for its power structure (ranging from the 200 largest multinational corporations to the Pentagon) is interlocking and diffuse, dictatorial yet anonymous, ubiquitous yet placeless. It tyrannizes from offshore -- not only in terms of fiscal law, but in terms of any political control beyond its own. Its aim to delocalize the entire world. It's ideological strategy -- besides which Bin Laden's is a fairy tale -- is to undermine the extent so that everything collapses into its special version of the virtual, from the realm of which -- and this is the tyranny's credo -- there will be a never-ending source of profit.

Wanneer de hedendaagse mainstream-opiniemakers weer eens met veel borstgeroffel laten weten dat zij kinderen van de Verlichting zijn en daaraan hun superioriteitsgevoel ontlenen, verhullen ze het feit dat hun ‘fundamentalist conception of market institutions and its hubristic neglect of the human need for common life,’ het grote probleem  is van onze tijd, en dat ‘Western liberal institutions not only have no universal claim in theory but also are often flawed in practice,’ om ditmaal de prominente Britse politiek filosoof en bestseller-auteur John Gray te citeren. Deze emeritus hoogleraar die doceerde aan de prestigieuze London School of Economics and Political Science schreef in het voorwoord uit 2007 van zijn boek Enlightenment’s Wake:

I argue that Western liberal institutions not only have no universal claim in theory but also are often flawed in practice; except where their cultural and political traditions are themselves European, the post-communist countries have good reason to seek to develop new, non-Western institutions of their own. The thesis that the institutions of Western civil society are functionally indispensable to the succes of a modern economy, though at first sight able to the success of a modern economy, though at first sight plausible, is theoretically and historically groundless. Accordingly, I move forward from the position set out in ‘Post-liberalism’ (een in 1996 verschenen boek van Gray. svh) to defend a pluralist perspective, in which no privileges are accorded to liberal practice, and the animating project is that of framing terms of harmonious coexistence among different cultures and traditions…

I argue that all schools of contemporary political thought are variations on the Enlightenment project, and that that project, though irreversible in its cultural effects, was self-undermining and is now exhausted. Fresh thought is needed on the dilemmas of the late modern age which does not simply run the changes on intellectual traditions whose matrix is that of the Enlightenment. This is so, in part, because some of our  dilemmas issue from aspects of the Enlightenment itself — in particular its assault on cultural difference, its embodiment of Western cultural imperialism as the project of a universal civilization, and its humanist conception of humankind's relations with the natural world. This last element of the Enlightenment has been transmitted even to cultures which have modernized without Westernizing, and constitutes the Wests’s only truly universal inheritance to humankind, which is nihilism. Because this condition has its roots in ancient and even primordial Western traditions, there can be no question of curing the disorders of modernity by a return to tradition. Nor does the stance of post-modernism… begin to plumb (peilen. svh) the depth of our condition. 

Met andere woorden: ook het post-modernisme, uitgaande van de veronderstelling dat alles relatief is en er dus geen absolute waarheid meer bestaat, kan onmogelijk de diepte ‘peilen’ van het culturele leegte, waarmee de westerling wordt geconfronteerd en waarin mainstream-opiniemakers zich voorgeven als zieners. Ondertussen voelt de meerderheid van de westerse bevolking zich ontheemd, niets lijkt meer vertrouwd, en ontsnappen aan de benauwende dwang van de moderniteit is niet mogelijk, men herkent zich niet meer in de wereld rondom, alles verandert met een ongekende snelheid nog voordat het tot wasdom is gekomen. Het gevolg is een wijd verbreid gevoel van angst en daarmee woede tegen degenen die verantwoordelijk worden gehouden voor de ongrijpbare gang van zaken. Leek tot de eeuwwisseling het westers neoliberalisme op alle fronten gewonnen te hebben, slechts 15 jaar later is duidelijk dat de geschiedenis niet geëindigd is, maar nu ook de VS meesleept in een onstuitbare geweld van terreur en contra-terreur. In de introductie van de meest recente herdruk van zijn boek vermeldt John Gray:

When Enlightenments’s Wake first appeared twelve years ago (1995. svh) the idea that we inhabit a post-Enlightenment world was received with some scepticism. The claim that we are living in 'an age distinguished by the collapse of the Enlightenment project on a world-historical scale', 'dominated by renascent particularisms, militant religions and resurgent ethnicities' — as I put it at the start of the book's first chapter — seemed to be at odds with the dominant forces of the time. Communism had collapsed, democracy was spreading and globalization was advancing rapidly. Western governments and international institutions framed their policies on the assumption that these trends were irreversible. In the academy liberal political theorists dutifully reproduced humankind would join the West in accepting Enlightenment mankind would join the West in accepting Enlightenment values. 

Not much more than a decade later this certainty has crumbled into dust. Enlightenment values are now seen as mortally threatened, while the faith in progress that was affirmed so adamantly just a few years ago has been replaced by a sense of being being locked in an apocalyptic struggle with the forces of darkness. 

Hoewel Mak, teleurgesteld door het uitblijven van de verlossing die de Verlichting hem leek te bieden, zich, volgens een interview uit 2005 in het damesblad Opzij, opnieuw tot de christelijke verlossingsleer had bekeerd, beweerde de bekroonde nationale geschiedschrijver toch nog in 2012 nadrukkelijk dat ‘de Verlichting is bedacht in Europa, maar Amerika heeft het uitgevoerd, als real life experiment.’ Daarentegen hadden intellectuelen als C. Wright Mills al in de jaren zestig en John Gray en de Nederlandse filosoof Ton Lemaire in de jaren negentig omstandig aangetoond dat dit nonsens was. Zo zette Lemaire in zijn ‘Twijfel aan Europa’ in 1990 het volgende uiteen:

Wat in ieder geval definitief verloren lijkt te zijn gegaan, is de klassieke correspondentie tussen Verlichting, beschaving en Europa/Westen. Er blijken vele, gelijkwaardige, beschavingen te bestaan; Europa heeft zich ingebeeld het zelfbewustzijn van de mensheid te vertegenwoordigen, want haar universalisme wordt ontmaskerd als de hardnekkige illusie van een specifieke cultuur; en de Verlichting heeft, door haar interne dialectiek voortgedreven, haar eigen kracht geneutraliseerd…

Al met al vindt er een meedogenloze devalorisatie (waardedaling. svh) plaats van datgene waarin Europa sinds de achttiende eeuw heeft geloofd, een ontmaskering van de mythen van de moderniteit: productie, beschaving, rationaliteit, bekroond door de grootste van alle: die van de Vooruitgang (waarbij het Westen zich nog als aan een reddingsboei vastklampt aan het laatste brokstuk van deze mythe: de economische groei!). En westerse intellectuelen lijken er een grimmig soort voldoening in te vinden om datgene te ontluisteren en te deconstrueren waarin hun medeburgers — en ook zijzelf wellicht — lange tijd geloofd hebben. Zij worden zelfs virtuozen in het bewijzen dat het zoeken naar waarheid geen zin heeft.

Een samenleving die haar geloof heeft verloren in de voornaamste waarden die haar hebben voortgestuwd, bevindt zich in een crisis. Reeds Spengler wees erop dat de ook al in zijn tijd bestaande vormen van scepticisme en relativisme symptomen zijn van een in haar vervalstadium verkerende cultuur…

Het merkwaardige is dat de Europese beschaving in een crisis is terechtgekomen op het moment dat de verwestersing van de wereld nagenoeg voltooid is en Europa dus schijnt te zijn geslaagd in de verbreiding van haar civilisatie…

De Verlichting is op haar eigen grenzen gestoten, zowel ten gevolge van de bewustwording van de waarde van andere culturen als door haar eigen innerlijke logica voortgedreven.

Aan alle kanten ingesloten door deze realiteit zwenken opiniemakers als Mak van links naar recht, van onder naar boven, de ene dag de ene waarheid verkondigend en de volgende dag precies de tegenovergestelde waarheid, daarbij toegejuicht door een bewonderend publiek dat met open mond de circusact aan zich voorbij ziet trekken, zich de volgende dag niet meer herinnerend wat eerder was beweerd. Het nihilisme van de polder ‘intelligentsia’ beschermt haar hermetisch tegen het gevoel van enige schaamte, wetende dat in een tijd waarin niets meer waar is alles waar is geworden. Zodra iedereen maar hard genoeg roept dat de keizer prachtige kleren aan heeft dan is dit ook zo, al paradeert de vorst in zijn blootje over straat. Zo werkt nu eenmaal de menselijke geest. Natuurlijk ziet de buitenstaander, ‘De Ander,’ dus degene die er niet bij hoort, dat het allemaal klinkklaar bedrog is. Maar het opmerkelijke is dat hoe duidelijker De Ander ziet dat het niets meer is dan een belachelijk toneelstukje, des te meer de mens in zijn zelfbedrog gaat geloven, en des te gehater De Ander wordt. Ook dit verschijnsel is typisch menselijk, en wordt, net als het krampachtig blijven vasthouden aan de Verlichting, gevoed door de meest verlammende emotie van de mens: angst. Gray:

If the Enlightenment myth of progress in ethics and politics continues to have a powerful hold, it is more from fear of the consequences of giving it up than from genuine conviction. 

Vanzelfsprekend roept deze houding betrekkelijk snel desastreuze gevolgen op, want al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaald haar wel, zoals het oude spreekwoord gaat, of zoals Abraham Lincoln zei: ‘You can fool all the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time.’ Op een gegeven moment is de maat vol. En in die situatie is het Westen nu gekomen. De Britse conservatieve intellectueel Andrew Sullivan ‘who wrote one of the Internet’s most influential blogs on culture and politics,’ en die nu schrijft voor de New York Magazine constateert dan ook dat ‘Right now, America is a breeding ground for tyranny,’ doordat de doorsnee burger te lang door bedrog werd geprovoceerd. Sullivan:

For the white working class, having had their morals roundly mocked, their religion deemed primitive, and their economic prospects decimated, now find their very gender and race, indeed the very way they talk about reality, described as a kind of problem for the nation to overcome. This is just one aspect of what Trump has masterfully signaled as ‘political correctness’ run amok, or what might be better described as the newly rigid progressive passion for racial and sexual equality of outcome, rather than the liberal aspiration to mere equality of opportunity.

Much of the newly energized left has come to see the white working class not as allies but primarily as bigots, misogynists, racists, and homophobes, thereby condemning those often at the near-bottom rung of the economy to the bottom rung of the culture as well. A struggling white man in the heartland is now told to ‘check his privilege’ by students at Ivy League colleges. Even if you agree that the privilege exists, it’s hard not to empathize with the object of this disdain. These working-class communities, already alienated, hear — how can they not? — the glib (gladde. svh) and easy dismissals of ‘white straight men’ as the ultimate source of all our woes (kwalen. svh). They smell the condescension and the broad generalizations about them — all of which would be repellent if directed at racial minorities — and see themselves, in Hoffer’s words, ‘disinherited and injured by an unjust order of things.’



Exact hetzelfde gaat op voor vermeend links in Nederland dat zich zo fel afzet tegen Wilders. Kennelijk hebben de PVDA- en Groen Links-intellectuelen nog steeds niet begrepen dat door de culturele deprivatie, waarvan ook zij hebben geprofiteerd, een aanzienlijk aantal Nederlanders door het neoliberalisme buiten spel is gezet, en nu de dupe wordt van de ‘jobless growth’ die de diepe kapitalistische economische depressie beperkt tot allereerst en vooral de onderkaste en de jongeren, terwijl mijn generatiegenoten nog steeds het hoogste woord voeren en onderwijl van hun pensioen profiterend. De eerder genoemde, alom gerespecteerde Amerikaanse ‘longshoreman philosopher’ Eric Hoffer wees er op dat:

There is no telling to what extremes of cruelty and ruthlessness a man will go when he is freed from the fears, hesitations, doubts and the vague stirrings of decency that go with individual judgement. When we lose our individual independence in the corporateness of a mass movement, we find a new freedom — freedom to hate, bully, lie, torture, murder and betray without shame and remorse. Herein undoubtedly lies part of the attractiveness of a mass movement.

Westerse mainstream-opiniemakers trachten de groeiende weerzin tegen het eigen systeem van zijn politieke lading te ontdoen door Rusland te demoniseren. Die poging de aandacht af te leiden leidt vanzelfsprekend niet tot het verdwijnen van de interne tegenstellingen van het neoliberalisme. Het creëert geen werk, het bestrijdt de vervreemding niet, en is ook geen remedie voor de ‘baanloze groei,’ die wereldwijd de kloof tussen rijk en arm almaar verbreedt. De elite en hun woordvoerders in de commerciële media spelen, net als in interbellum, met vuur. Het is alsof zij niets van de geschiedenis begrepen hebben, hoewel er toch genoeg scherpzinnige analyses bestaan van het massale bloedbaden van de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw. Het bespelen van de angsten en ressentimenten kan alleen maar eindigen in een nieuwe en definitieve vuurzee. Zoals Hoffer terecht stelt in zijn boek The True Believer (1951), waarin hij de sociaal-psychologische wetmatigheden van de massa analyseert,

All mass movements generate in their adherents a readiness to die and a proclivity for united action; all of them, irrespective of the doctrine they preach and the program they project, breed fanaticism, enthusiasm, fervent hope, hatred and intolerance; all of them are capable of releasing a powerful flow of activity in certain departments of life; all of them demand blind faith and singlehearted allegiance.

De ware gelovige is ‘the man of fanatical faith who is ready to sacrifice his life for a holy cause’ en kenmerkend is tevens dat ‘the frustrated predominate among the early adherents of all mass movements.’ Daarom is het, volgens Hoffer, 

necessary for most of us these days to have some insight into the motives and responses of the true believer. For though ours is a godless age, it is the very opposite of irreligious. The true believer is everywhere on the march, and both by converting and antagonizing he is shaping the world in his own image. 


De ware gelovige is op zoek naar een identiteit, en dus naar bevestiging. Hij ziet zichzelf door de ogen van de ander. 

Paradoxaal genoeg is 'de ware gelovige' een identiteitsloze, wanhopig op zoek naar een ideaal, een geloof, een ideologie, naar datgene wat ‘hoop’ biedt, naar iets waaraan hij zich kan vastklampen aangezien, zoals Mak toegeeft, hij ‘niet zonder hoop [kan].’ Juist daarom is hij bereid de werkelijkheid te vertekenen. Hij kan niet anders dan het herscheppen van ‘the world in his own image.’ En zo verandert, in zijn optiek, de VS in de ‘ordebewaker en politieagent’ van de wereld, die met zijn ‘soft power’ erin is geslaagd ‘een begin van orde’ te brengen ‘in de mondiale politiek en economie.’ De 'Russen' daarentegen hebben volgens Mak het 'gevoel dat de westerse wereld, inclusief westerse waarden en westerse manieren van denken, niet langer meer van het opperste belang zijn,' en daarom aan 'landjepik' doen. Dat zijn simplistisch christelijk manicheïsme een leugen is, omdat het zwart/wit denken ondermeer de geopolitieke werkelijkheid verzwijgt, blijft voor hem van ondergeschikt belang, aangezien hij niet de waarheid zoekt, maar een verlossing. Die mentaliteit verraadt de irrationele dweepzucht, waarover Hoffer schreef:

The fanatic is perpetually incomplete and insecure. He cannot generate self-assurance out of his individual resources — out of his rejected self — but finds it only by clinging passionately to whatever support he happens to embrace. This passionate attachment is the essence of  his blind devotion and religiosity, and he sees in it the source of all virtue and strengt. Though his single-minded dedication is a holding on for dear life, he easily sees himself as the supporter and defender of the holy cause to which he clings…

It goes without saying that the fanatic is convinced that the cause he holds on to is monolithic and eternal — a rock of ages. Still, his sense of security is derived from his passionate attachment and not from the excellence of his cause. The fanatic is not really a stickler (voorstander. svh) to principle. He embraces a cause not primarily because of its justness and holiness but because of his desperate need for something to hold on to. Often, indeed, it is his need for passionate attachment which turns every cause he embraces into a holy cause. 

The fanatic cannot be weaned away from his cause by an appeal to his reason or moral sense. He fears compromise and cannot be persuaded to qualify the certitude and righteousness of his holy cause. But he finds no difficulty in swinging suddenly and wildly from one holy cause to another. He cannot be convinced but only converted. His passionate attachment is more vital than the quality of the cause to which he is attached.

Het is in wezen de houding van de opportunist, die als pacifist begon en als ‘warmonger’ eindigde, omdat ‘er wel eens wat in die kop [gebeurt].’ De lezer dient daarbij één ding niet te vergeten: het is geenszins vreemd dat er zoveel ‘believers’ in de journalistiek rondlopen, immers: 

Whatever the type, there is a deep-seated craving common to almost all men of words which determines their attitude to the prevailing order. It is a craving for recognition; a craving for a clearly marked status above the common run (meerderheid. svh) of humanity.

Het opmerkelijk hoge percentage sociopaten in de politiek en de media nog buiten beschouwing latend, kan gesteld worden dat de huidige macht niet in staat is adequaat te reageren op de fundamentele problemen die het voortbestaan van de mens bedreigen.


   De narcist blijft onverzadigbaar op zoek naar erkenning, hij wil zichzelf overal weerspiegeld zien. 



3 opmerkingen:

  1. PVVDA, mooi gevonden.
    Partijen Van Vernietiging Dood en Afbraak.

    Mogen het artikel lezen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. "Mogen het artikel lezen." schreef ik.

      Ik bedoelde "morgen het artikel lezen", maar met de typfout
      mag het ook nog, zij het dat ik niet de illusie heb dat die
      misdadigers (zonder enig voorbehoud zeg ik dat) verbeterbaar
      zijn.

      Verwijderen
  2. Gelukkig, er bestaat nog waarheid. Het ligt zelfs gewoon voor het oprapen op straat. Maar verder zie ik maar weinig mensen waar de Westerse conditionering zo mooi op z'n retour is als bij Stan Van Houcke. Hij heeft verder grootse kwaliteiten om het met aan perfectie grenzende accuratesse te verwoorden.

    BeantwoordenVerwijderen