• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zaterdag 15 november 2014

Lodewijk Asscher als Onruststoker



Afgelopen dinsdag 11 november 2014 15:59 berichtte NU.nl.

Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher is zeer verontrust over de grote steun onder Turkse jongeren in Nederland voor gewelddadige jihadistische groeperingen als Islamitische Staat (IS).
Dat zegt Asscher dinsdag tegen NU.nl.
http://www.nu.nl/politiek/3925730/asscher-noemt-opvatting-turkse-jongeren-verontrustend.html

Het Parool meldde: 'Minister Asscher van Integratie zei geschokt te zijn door de uitkomsten van het onderzoek. Tegelijkertijd stelde hij dat het onderzoek 'ongerijmdheden' bevat. Zo tonen de Turkse jongeren zich positief over jihadstrijders in Syrië, maar stellen ook in grote meerderheid voor democratie en tegen een kalifaat zijn.' 
http://m.parool.nl/parool/m/nl/225/BUITENLAND/article/detail/3788643/2014/11/12/Oppositiepartijen-Eigen-onderzoek-Kamer-naar-opvattingen-Turkse-jongeren.dhtml?originatingNavigationItemId=3587

Let op hoe gretig deze sociaal-democraat zijn tendentieuze reactie gaf, gericht tegen islamitische Nederlanders. Hij is 'geschokt door de uitkomsten van het onderzoek' dat 'ongerijmdheden' bevat. Hoe kan men 'geschokt' zijn over resultaten die 'ongerijmdheden' bevatten? Dit is geen politiek, maar dit is propaganda gericht tegen Turkse Nederlanders. Als een andere falende politicus een hetze tegen joodse Nederlanders zou voeren, dan zou hij meteen (terecht) van antisemitisme worden beticht. i




2606108
Minister Lodewijk Asscher beloofde eerder deze week een diepgravend vervolgonderzoek te doen naar aanleiding van de enquête van Motivaction. © ANPDinsdag 



Turkse Nederlanders schakelen advocaat in tegen Motivaction

Verschillende Turks-Nederlandse organisaties hebben via hun advocaat opheldering geëist van onderzoeksbureau Motivaction over de constatering dat 80 procent van de Turkse jongeren in Nederland de jihad zou steunen. Dat staat in een brief van advocaat  Ejder Köse aan het onderzoeksbureau en aan Forum, de opdrachtgever van Motivactions omstreden onderzoek.

De organisaties, waaronder de Nederlandse Islamitische Federatie Milli Gorüs, zeggen 'onaangenaam verrast' te zijn door de enquête, die zou impliceren dat 'bijna alle Turkse Nederlanders niet deugen.' Het onderzoek zou leden van de Turkse gemeenschap stigmaterisen, en een negatief effect hebben op hun sociaaleconomische situatie.

In de brief stelt Köse enkele tientallen kritische vragen over het onderzoek, die betrekking hebben op de selectie van de deelnemers, de vraagstelling, de interpretatie van de antwoorden, en tegenstrijdigheden met vergelijkbare onderzoeken. Ook wil de advocaat weten op wiens initiatief het onderzoek gedaan is. De antwoorden op de vragen moeten worden gebruikt voor een tegenonderzoek dat de Turks-Nederlandse organisaties zelf willen instellen.

Motivaction en Forum zijn gevraagd om uiterlijk 21 november een antwoord te geven. Het is nog niet duidelijk welke juridische stappen er verder worden ondernomen.

Niet alleen de Turks-Nederlandse organisaties, ook verschillende experts hebben hun kanttekeningen bij het onderzoek geplaatst.
Vrijdag 22 augustus 2014 schreef ik het volgende over de minister van werkgelegenheid die geen werkgelegenheid schept en de aandacht afleidt door groepen Nederlanders te criminaliseren. Wat bezielt Lodewijk Asscher? Het volgende:

Lodewijk Asscher's Maag 5

Think of the press as a great keyboard on which the government can play. Joseph Goebbels, Minister van Propaganda van het Derde Rijk.

Hoe bespeelt een politicus van sociaal democratische huize de mainstream media? Niet fundamenteel anders dan een nationaal-socialistische politicus het deed. In dit verband is het verhelderend Goebbels te citeren, die propaganda als volgt definieerde: 'Wij spreken niet om wat te zeggen, maar om een bepaald effect te bereiken.'
In een massamaatschappij gebruikt elke politicus de massamedia om de massa te bereiken, dat spreekt voor zich. Ik benadruk dit nog eens om de reactie te verklaren van vicepremier Lodewijk Asscher nadat 'ambtenaar en PvdA-lid Haifi' had getweet dat 'ISIS niets met Islam te maken [heeft]. Is vooropgezet plan van zionisten om islam zwart te maken,' en Asscher liet weten dat: 'Mijn maag [om]keerde toen ik het hoorde.' Het beschuldigen van de zogeheten 'Joodse staat' staat bij het establishment in de polder gelijk aan vloeken in de kerk. Enkele jaren voor zijn dood merkte Jan Blokker terecht op:

Na de Tweede Wereldoorlog is het jodendom in de christelijke wereld vrijwel heilig verklaard en geen volk dat in die processie zo hard vooroploopt als de Nederlanders.

Dit is een doorslaggevend feit in een klein land vol opportunisten, waar — zodra het om het eigen hachje gaat — de macht blindelings wordt gehoorzaamd. Blokker dienaangaande:

In de Nederlandse geschiedenis is onverschilligheid doorgaans de vriendelijkste houding ten opzichte van joden geweest. Nederlanders hebben altijd precies geweten wie van hun buren een jood was en op elk gewenst moment kon die wetenschap consequenties krijgen: het verraden van joden voor 'kopgeld' tijdens de Duitse bezetting is daar maar één vorm van.

Die collaboratie-mentaliteit is diep verankerd in de Nederlandse geest, vandaar dat er procentueel uit Nederland aanzienlijk veel meer joden werden afgevoerd naar de vernietigingskampen dan uit vergelijkbare West-Europese landen als België en Frankrijk.  Maar die collaboratie-drift strekte zich uit tot ook de joodse Nederlanders zelf. Zo is bekend dat Lodewijk 'Asscher uit een Joodse familie [komt] van juristen en diamantairs uit de Amsterdamse wijk De Pijp. Zijn overgrootvader Abraham Asscher was een van de voorzitters van de Joodsche Raad.'

De feiten over de Joodse Raad, zoals ook Lodewijk Asscher ze kent:

Op donderdag 13 februari 1941 vond ten huize van Abraham Asscher de constituerende vergadering plaats. Onmiddellijk daarna zonden beide voorzitters Beauftragter Böhmcker de lijst met namen van personen die het bestuur vormden van de Joodse Raad (voornamelijk notabelen):
Abraham Asscher, voorzitter…

Oordeel
Er is na de oorlog veel kritiek geweest op de Joodse Raad. Volgens critici heeft de raad het de nazi's alleen maar makkelijker gemaakt. Grotere tegenwerking en meer zand in de organisatorische molen in plaats van collaboratie hadden misschien veel levens kunnen redden. Anderzijds wordt gesteld dat het geen zin zou hebben gehad als Asscher, Cohen of enige andere betrokkene geweigerd had om in de Joodse Raad zitting te nemen. De ervaring met de Joodse raden in Polen en Rusland heeft bewezen dat het niet accepteren van de opdracht, vluchten of zelfmoord plegen door voorzitters en leden geen verandering in de situatie bracht; er werden door de Duitsers altijd en meteen (gedwongen) plaatsvervangers gevonden. Ook hebben zij voorzitters van Joodse Raden en leden die niet serviel genoeg waren constant gewisseld. Het is dus maar de vraag of andere voorzitters (of leden) het beter zouden hebben gedaan.
De Joodse Ereraad oordeelde: 'dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven.' Aan het eind spreekt deze ereraad als zijn mening uit:
dat het laakbaar is geweest, de opdracht tot vorming van een 'Amsterdamse Jodenraad' en het voorzitterschap van deze raad (wat verantwoordelijkheid jegens de Duitsers medebracht) uit handen van de Duitsers te hebben aanvaard;
dat het laakbaar is geweest, het Joodse Weekblad te blijven uitgeven, toen eenmaal bleek, dat het de Duitsers van meer nut dan de Joden moest zijn, waarbij de Ereraad tevens herinnert aan zijn afkeurend oordeel over een aantal berichten, die hiervoor zijn genoemd;
dat het laakbaar is geweest, medewerking te verlenen aan een aantal anti-Joodse maatregelen, zoals het uitgeven van de Jodenster en het verzenden van bevelen om naar Westerbork te vertrekken;
dat de wijze, waarop de voorzitters de weigerachtigen tot het geven van de bijdrage tot de eerste heffing aanschreven, laakbaar is geweest;
dat de medewerking, verleend bij de selectie voor deportatie, in het bijzonder de medewerking in mei 1943, zeer laakbaar is geweest.
Abraham Asscher wees het vonnis van de hand, hij sneed alle banden met de Joodse gemeenschap door.
Op 6 november 1947 werden Cohen en Asscher op last van N.J.C. Sikkel, procureur-fiscaal van het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam, gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring aldaar, wegens medewerking aan de vijand waardoor de Joodse deportatie in belangrijke mate zou zijn vergemakkelijkt. Na een maand werden ze in afwachting van een eventuele berechting voorlopig vrijgelaten. In 1951 werd van strafvervolging van Cohen afgezien (Asscher was in 1950 overleden) op gronden aan het algemeen belang ontleend.

Gezien Abraham Asscher's reactie op de naoorlogse publieke veroordeling van de 'zeer laakbare… medewerking, verleend bij de selectie voor deportatie, in het bijzonder de medewerking in mei 1943,' kan het niet anders dan dat 'het vonnis' van de eigen joodse gemeenschap een psychisch trauma heeft achtergelaten bij de familie Asscher, een open wond die maar niet genezen wil, om de simpele reden dat de geschiedenis een voldongen feit is. Een trauma, zeker nadat in de loop van de jaren zestig algemeen duidelijk werd hoe erg de joodse Nederlanders hadden geleden. Dit moet een onuitwisbaar stempel op het bewustzijn van Lodewijk Asscher hebben gedrukt, net zoals dit bij NSB-kinderen heeft gedaan. Het verklaart zijn hypergevoelige reacties zodra hij ook maar vermoedt dat iets antisemitisch kan worden uitgelegd. Het verklaart ook het feit dat hij geen kritiek op Israel kan verdragen en waarom hij als minister van Werkgelegenheid, die overigens er niet in slaagt werk te creëren, zich onmiddellijk bemoeit met 'joodse zaken,' die niets te maken hebben met zijn vakgebied. Hij stelt zich roomser dan de paus op, plus royaliste que le roi, of anders gezegd: zionistischer dan de Joodse burgers in Israel die felle kritiek uiten op het zionistisch fascisme van hun staat. Zijn 'maag keerde om,' wat dus een fysieke reactie is, een merkwaardig fenomeen voor een politicus die zelf geen enkele moeite heeft met het feit dat de Israelische marine met onderzeeboten, uitgerust met nucleaire wapens, deelneemt aan NAVO-oefeningen en voor de kust van Iran varen, een politicus die het doodnormaal vindt dat Nederland en de Europese Unie, in haar geheel, weigert het Associatieverdrag met Israel op te schorten zolang de zogeheten 'Joodse staat' de mensenrechten en het internationaal recht massaal blijft schenden. Geen enkele fysieke reactie levert dit bij hem op. Dat kan ook niet, gezien zijn eigen geschiedenis en zijn eigen handelen. Hij kan zich alleen identificeren met het zionistisch extremisme van Israel, en kennelijk niet met de meer dan 500 Palestijnse kinderen die onlangs door Israel zijn vermoord. Gezien het feit het Nederlandse kabinet geen stappen onderneemt tegen Israel, kunnen we er vanuit gaan dat ook vicepremier Asscher het bovendien acceptabel vindt dat het zionistisch regime bewust oorlogsmisdaden pleegt, zoals ondermeer blijkt uit de volgende verklaring van de Israelische commandant Gadi Eisenkot, GOC Northern Command,  die het volgende heeft opgemerkt. 

'What happened in the Beirut suburb of Dahiya in 2006 will happen in every village from which shots are fired in the direction of Israel,' Eisenkot said to journalists from Yedioth Ahronoth. 'We will wield disproportionate power against every village from which shots are fired on Israel, and cause immense damage and destruction. From our perspective, these are military bases. This isn't a suggestion. This is a plan that has already been authorized.'


En eveneens de volgende schendingen van het internationaal recht leiden er niet toe dat Lodewijk Asscher en zijn kabinet stappen ondernemen tegen Israel.

Revealed: the Palestinian children killed by Israeli forces
MORE CHILDREN THAN PALESTINIAN FIGHTERS ARE BEING KILLED IN ISRAEL'S OFFENSIVE ON GAZA, ACCORDING TO THE UN. SHOWN HERE ARE THE NAME, AGE, AND SEX OF 132 OF THOSE CHILDREN, RECORDED BY THE AL MEZAN CENTRE FOR HUMAN RIGHTS.

Human Rights Watch:

Fighting in Khuza’a Shows Grave Dangers to Families Seeking Safety
AUGUST 4, 2014SON, MIDDLE EAST AND NORTH AFRICA DIRECTOR
(Gaza) – Israeli forces in the southern Gaza town of Khuza’a fired on and killed civilians in apparent violation of the laws of war in several incidents between July 23 and 25, 2014. Deliberate attacks on civilians who are not participating in the fighting are war crimes.

Operation Protective Edge has not officially ended, but the IDF's Technological and Logistics Directorate (known as Atal in Hebrew) has released a number of figures it collected throughout the month-long conflict.

Some of the numbers published reveal what many in the IDF already knew, and one senior officer echoed on Thursday: 'It was basically a preview of what will happen in the next war with Lebanon, where we will have 80 Shuja'ias (buurten svh) and a significant hit on the economy.'

Dat een vicepremier persoonlijke frustraties zijn politieke handelingen laat bepalen, is ronduit verwerpelijk. Waar staan hij en zijn PVDA eigenlijk voor? En waar staat de mainstream polderpers voor? 


Palestijnse kinderen vermoord door Israel.



En waar de VS is, is de huurlingen-staat Israel.
http://stanvanhoucke.blogspot.nl/2014/08/lodewijk-asschers-maag-5.html

Amnesty International:


Israeli forces have killed scores of Palestinian civilians in attacks targeting houses full of families which in some cases have amounted to war crimes, Amnesty International has disclosed in a new report on the latest Israeli operation in the Gaza Strip.
Families under the Rubble: Israeli attacks on inhabited homes details eight cases where residential family homes in Gaza were attacked by Israeli forces without warning during Operation Protective Edge in July and August 2014, causing the deaths of at least 104 civilians including 62 children. The report reveals a pattern of frequent Israeli attacks using large aerial bombs to level civilian homes, sometimes killing entire families.
“Israeli forces have brazenly flouted the laws of war by carrying out a series of attacks on civilian homes, displaying callous indifference to the carnage caused,” said Philip Luther, Director of the Middle East and North Africa Programme at Amnesty International.
“The report exposes a pattern of attacks on civilian homes by Israeli forces which have shown a shocking disregard for the lives of Palestinian civilians, who were given no warning and had no chance to flee.”
The report contains numerous accounts from survivors who describe the horror of frantically digging through the rubble and dust of their destroyed homes in search of the bodies of children and loved ones.
In several of the cases documented in the report, possible military targets were identified by Amnesty International. However the devastation to civilian lives and property caused in all cases was clearly disproportionate to the military advantages gained by launching the attacks.
“Even if a fighter had been present in one of these residential homes, it would not absolve Israel of its obligation to take every feasible precaution to protect the lives of civilians caught up in the fighting. The repeated, disproportionate attacks on homes indicate that Israel’s current military tactics are deeply flawed and fundamentally at odds with the principles of international humanitarian law,” said Philip Luther.
In the single deadliest attack documented in the report, 36 members of four families including 18 children were killed when the three-storey al-Dali building, was struck.  Israel has not announced why the building was targeted, but Amnesty International has identified possible military targets within the building.
The second deadliest attack appears to have targeted a member of the al-Qassam Brigades, Hamas’ armed wing, who was outside the Abu Jame’ family home. The house was completely levelled killing 25 civilians including 19 children. Regardless of the intended targets, both of these attacks constitute grossly disproportionate attacks and under international law, they should have been cancelled or postponed as soon as it was evident that so many civilians were present in the house.
Israeli officials have failed to give any justification for carrying out these attacks. In some of the cases in this report Amnesty International has not been able to identify any possible military target. In those cases it appears that the attacks directly and deliberately targeted civilians or civilian objects, which would constitute war crimes.
In all of the cases researched by Amnesty International no prior warning was given to residents of the homes which were attacked. If it had been given, excessive loss of civilian lives could clearly have been avoided.
“It is tragic to think that these civilian deaths could have been prevented. The onus is on Israeli officials to explain why they chose to deliberately flatten entire homes full of civilians, when they had a clear legal obligation to minimize harm to civilians and the means of doing so,” said Philip Luther.
The report highlights the catastrophic consequences of Israel’s attacks on homes, which have shattered the lives of entire families. Some of the homes attacked were overflowing with relatives who had fled other areas of Gaza in search of safety.
Survivors of an attack on the al-Hallaq family home described horrifying scenes of strewn body parts amid the dust and chaos after three missiles struck the house.
Khalil Abed Hassan Ammar, a doctor with the Palestinian Medical Council and a resident in the building said: “It was terrifying we couldn’t save anyone…. All of the kids were burnt, I couldn’t tell which were mine and which were the neighbours’…We carried whoever we were able to the ambulance… I only recognized Ibrahim my eldest child, when I saw the shoes he was wearing…I had bought them for him two days before.”
Ayman Haniyeh, one of the neighbours, described the trauma of trying to search for survivors:
“All I can remember are the bits and pieces I saw of bodies, teeth, head, arms, insides, everything scattered and spread,” he said. One survivor of the same attack described hugging a bag full of the “shreds” of her son’s body.
Israel has so far failed to even acknowledge any of the attacks detailed in the report and has not responded to Amnesty International’s requests for explanations of why each of these attacks took place.
At least 18,000 homes were destroyed or rendered uninhabitable during the conflict. More than 1,500 Palestinian civilians including 519 children were killed in Israeli attacks carried out during the latest Gaza conflict. Palestinian armed groups also committed war crimes, firing thousands of indiscriminate rockets into Israel killing six civilians including one child.
“What is crucial now is that there is accountability for any violations of international humanitarian law that have been committed. The Israeli authorities must provide answers. The international community must take urgent steps to end the perpetual cycle of serious violations and complete impunity,” said Philip Luther.
Given the failure of Israeli and Palestinian authorities to independently and impartially investigate allegations of war crimes, it is imperative that the international community support the involvement of the International Criminal Court (ICC).
Amnesty International is renewing its calls on Israel and the Palestinian authorities to accede to the Rome Statute and grant the ICC the authority to investigate crimes committed in Israel and the Occupied Palestinian Territories (OPT). The organization is also calling for the UN Security Council to refer the situation in Israel and the OPT to the ICC so that the prosecutor can investigate allegations of crimes under international law by all parties.
Israel has continued to deny access to Gaza for international human rights organizations including Amnesty International and the organization has been forced to conduct its research for this report remotely, supported by two fieldworkers based in Gaza. Israel has also announced that it will not co-operate with the Commission of Inquiry established by the UN Human Rights Council.
“Failing to allow independent human rights monitors into Gaza smacks of a deliberately orchestrated attempt to cover up violations or hide from international scrutiny. Israel must cooperate fully with the UN Commission of Inquiry and grant international human rights organizations such as Amnesty International immediate access to Gaza to prove its commitment to human rights,” said Philip Luther.

U.S. Media Censorship

Published on 
by

As New War Rages, Study Finds, Mainstream Media Silences Debate

New analysis finds little opposition in mainstream media to latest US military attacks on Middle East nations
When it comes to asking hard questions about war, don't count on the corporate and mainstream press, new study finds. (Image: MSNBC/screengrab)
When it comes to asking hard questions about war, don't count on the corporate and mainstream press, new study finds. (Image: MSNBC/screengrab)
While Congress may soon debate the ongoing US wars in Iraq and Syria, a new FAIR studyshows that at the critical moments leading up to the escalation of US military action, mainstream media presented almost no debate at all.
The study of key TV news discussion programs from September 7 through 21 reveals that guests who opposed war were scarce.
The study evaluated discussion and debate segments on the Sunday talk shows (CNN'State of the UnionCBS's Face the NationABC's This WeekFox News Sunday and NBC's Meet the Press), the PBS NewsHour and a sample of cable news programs that feature roundtables and interview segments (CNN's Situation Room, Fox News Channel's Special Report and MSNBC's Hardball).
The key findings:
  • In total, 205 sources appeared on the programs discussing military options in Syria and Iraq. Just six of these guests, or 3 percent, voiced opposition to US military intervention. There were 125 guests (61 percent) who spoke in favor of US war.
  • On the high-profile Sunday talk shows, 89 guests were invited to talk about the war. But just one, Nation editor Katrina vanden Heuvel, could be coded as an anti-war guest.
  • Guestlists leaned heavily on politicians and military insiders. Current and former US government officials—politicians and White House officials—made up 37 percent of the guestlists. Current and former military officials accounted for 7 percent of sources. Journalists made up 46 percent of the sources.
  • Democrats outnumbered Republicans, 53-36, mostly due to the heavy presence of Obama administration officials advocating for White House military policy.
The study period covered what should have been a moment of serious debate: From the release of ISIS video beheadings of two American journalists through Obama’s September 10 televised address and right up to the first US airstrikes on Syria.
 But the question of whether to launch attacks was hardly worth debating. As MSNBC host Chris Matthews put it (9/9/14), “When it comes to down to how we fight this, everybody seems to be for air attacks, airstrikes. Everybody is for drone attacks.”
 One would definitely get that impression from the narrow debate in elite media.
The study appears in the November issue of FAIR's magazine Extra!

G20 Global Warming Subsidies

Published on 
by

G20 Countries Spending $88 Billion a Year to Subsidize Climate Disaster

Global governments spend more than double what energy companies invest to find new regions for oil and gas drilling, despite climate change risks, report finds
Despite pledging in 2009 to phase out the use of fossil fuels, G20 countries have not only continued their reliance on gas and oil, but are spending $88 billion a year in taxpayer money to discover new reserves around the world. (Photo: Some Driftwood/flickr/cc)
Despite pledging in 2009 to phase out public subsidies for the fossil fuel industry, G20 countries have disregarded those promises and are currently spending $88 billion a year in taxpayer money to fund the discovery of new gas, coal, and oil deposits around the world, according to a new report published Tuesday by the Overseas Development Institute and Oil Change International.
The report, titled The Fossil Fuel Bailout: G20 Subsidies for Oil, Gas and Coal Exploration (pdf), found that those explorations risk devastating consequences for world economies and the rapidly warming planet alike. And at $88 billion a year, those states are spending more than double on finding new regions to drill than the top 20 private oil and gas companies—largely with taxpayer money.
As existing wells dry up, discovering new reserves in more remote areas has become costly. In 2013, the world's top 20 oil and gas companies invested just $37 billion in exploring reserves of oil, gas and coal.
"G20 governments' exploration subsidies marry bad economics with potentially disastrous consequences for climate change," write report authors Elizabeth Bast, Shakuntala Makhijani, Sam Pickard and Shelagh Whitley. "In effect, governments are propping up the development of oil, gas and coal reserves that cannot be exploited if the world is to avoid dangerous climate change."
Those countries are creating what the report terms a "triple-lose" scenario: investing financially in high-carbon assets that may cause catastrophic climate effects; diverting potential funds for low-carbon energy alternatives like solar, hydro, and wind power; and undermining prospects for an effective, large-scale climate deal next year.
"The scale at which G20 countries are subsidizing the search for more oil, gas and coal—through national subsidies, investment by state-owned enterprises and public finance for exploration—is not consistent with agreed goals on the removal of fossil fuel subsidies or with agreed climate goals, and is increasingly uneconomic," the report states.
The 2009 pledge, known as the Copenhagen Accord, recognizes that any increase in global temperature should be below two degrees Celsius. But the accord was non-binding—and some of its authors, including the United States, Brazil, and China, are among the biggest financial backers of global fossil fuel exploration. Keeping global temperature increases within 2 C would require leaving almost two-thirds of those untapped reserves in the ground.
"Without government support for exploration and wider fossil-fuel subsidies, large swathes of today’s fossil-fuel development would be unprofitable," the report states. "Directing public finance and consumer spending towards a sector that is uneconomic, as well as unsustainable, represents a double folly... Globally, subsidies for the production and use of fossil fuels were estimated at $775 billion in 2012."
The U.S. has become the world's largest producer of both oil and natural gas, surpassing even Saudi Arabia and Russia. It spends more than $6 billion annually on domestic and foreign fossil fuel exploration projects, mostly through tax deductions, and Congress has rejected every plan to repeal those breaks since President Barack Obama took office, the report notes.
But the Obama administration "also champions the current oil and gas boom as the centerpiece of its ‘All of the Above’ energy strategy, which has been the major driver of the increase in fossil fuel subsidy values," according to the report. And some of the world's largest oil and gas companies, like Exxon-Mobile, Chevron, and BP, "are likely to be benefiting the most from exploration subsidies."
The exact size of this public support is hard to confirm, however, because specific subsidies to individual companies are considered "confidential tax information" in the U.S.
According to the report, every dollar of renewable energy subsidies brings back $2.5 in investments, compared to $1.3 brought by every dollar in fossil fuel subsidies.
"Despite the widespread perception that renewables are costly, our research reveals that finding new fossil fuel reserves is costing nearly $88 billion in exploration subsidies across the G20," Whitley said. "Scrapping these subsidies would begin to create a level playing field between renewables and fossil fuel energy."