• All governments lie, but disaster lies in wait for countries whose officials smoke the same hashish they give out.

  • I.F. Stone

zaterdag 23 juni 2012

Marjan Schwegman van het NIOD 9

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot een half procent, 0,5 procent, van de Nederlanders zich aan bij het verzet en een half procent van de Nederlanders nam dienst bij de SS. De rest, 99 procent behoorde tot het 'grijze' midden dat de andere kant opkeek terwijl hun joodse buren werden afgevoerd en collaboreerde in mindere of meerdere mate met het nazi-regime. Dit zijn de officiële feiten. 


Wanneer nu Marjan Schwegman, directeur van het NIOD, stelt dat het leed dat de joodse Nederlanders is aangedaan een 'absoluut unieke karakter' heeft, dan neem ik aan dat zij als historica daarmee allereerst verwijst naar de collaborerende houding van de Nederlanders en van vooral ook de Nederlandse autoriteiten, een feit dat -- tekenend genoeg -- net als de Nederlandse naoorlogse terreur in 'Ons Indie' nog steeds niet 'volledig' is onderzocht door het NIOD, zoals ondermeer blijkt uit het pas in de herfst 2011 verschenen boek 'Jodenjacht,' een studie geschreven door een archivaris en een journalist die als volgt werd aangekondigd:


'De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het opsporen en arresteren van ondergedoken joden in Nederland voor een belangrijk deel het werk van de Nederlandse politie. Veel rechercheurs deden dit werk met grote overtuiging en volledige inzet, zo blijkt uit nieuw en baanbrekend historisch onderzoek. Bestudering van de strafdossiers van meer dan 250 politieagenten die zich met het arresteren van joden hebben beziggehouden, leidde tot uitgesproken schokkende resultaten. Binnen de Nederlandse politie bleken groepen actief die alle trekken hadden van een criminele organisatie. De betrokken agenten mishandelden, stalen, roofden, en verkrachtten. En bovenal: ze joegen vele duizenden joden de kampen en de dood in. Sommigen bleken zulke fanatieke jodenjagers dat het zelfs de Duitse bezetter te gortig werd. 

Jodenjacht kwam tot stand in samenwerking met het Nationaal Archief, onder eindredactie van archivaris Jan Kompagnie en journalist en programmamamaker Ad van Liempt. Van Liempt is bekend van bestsellers als De oorlog (30.000 ex) en Kopgeld (20.000 ex). Kopgeld verscheen in vertaling in Engeland en Duitsland.'
http://www.uitgeverijbalans.nl/web/Artikel/Jodenjacht.htm


Dit is slechts één voorbeeld van de collaboratie van Nederlandse gezagsdragers. Ander voorbeeld: 'In Amsterdam maakten ambtenaren in opdracht van de bezetter de beruchte ‘stippenkaart’; een kaart van Amsterdam waarop precies te zien was waar Joden woonden.' http://www.4en5meiamsterdam.nl/page/24874/nl 


Een kennis van me, professor Ulli d'Oliveira, wees me in dit verband op de collaboratie van zelfs de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland. 


'Na het ontslag van L.E. Visser, de Joodse president van de Hoge Raad, bleven de overige leden gewoon zitten. Vanaf dat moment liepen de raadsheren achter de feiten aan. Al tijdens de oorlog wezen critici erop dat de meegaandheid van de Hoge Raad het principiële verzet van advocaten en andere juristen fnuikte. Waarom hebben de raadsleden zich niet krachtiger teweer gesteld?'
http://www.uitgeverijboom.nl/boeken/geschiedenis/de_hoge_raad_en_de_tweede_wereldoorlog_9789461056641/


Maar over juist dit 'absoluut unieke karakter' van de Tweede Wereldoorlog heeft mevrouw Schwegman het niet. De hierboven geciteerde studies zijn ook niet geschreven door NIOD-onderzoekers. Dat is niet zo verwonderlijk als men weet dat dit instituut met overheidsgeld in stand wordt gehouden. Collaboratie is de kern van het Nederlandse poldermodel, het kritiekloos samenwerken met de gevestigde orde ligt diep verankerd in de Nederlandse mentaliteit. Collaboreren getuigt hier in de polder geenszins van een 'absoluut unieke karakter.' Wel als men het vergelijkt met andere landen. Ik bedoel, het is toch 'absoluut uniek' dat een collaborateur als Jan de Quay na de oorlog minister president van Nederland kon worden, nietwaar?

vrijdag 22 juni 2012

Marjan Schwegman van het NIOD 8


Sonja heeft een nieuwe reactie op uw bericht "Marjan Schwegman van het NIOD 7" achtergelaten:

Een doordacht en vooral terecht betoog van de Belgische historicus Gie van den BergheHerdenken als wegkijken
(Gepubliceerd in De Standaard van 21 maart 2005) 


'Herdenken als wegkijken


De Belgische wet die holocaustontkenning strafbaar stelt, zal worden uitgebreid tot andere genociden - een stap vooruit. In 1995 kon dat niet, de jodenuitroeiing heette toen nog uniek te zijn en België erkende de genocide op de Armeniërs door de Turken (1915) niet om de politiek-economische relatie met Turkije niet in het gedrang te brengen. Hopelijk komt daar nu verandering in.

Al ziet het er niet goed uit. Premier Guy Verhofstadt liet bij de opening van het nieuwe Yad Vashem in Jeruzalem weten dat er een nationale holocaustherdenkingsdag komt, meer aandacht voor de holocaust in het onderwijs en dat 'we' een nieuw museum bouwen. Herdenkingsdag en holocaustlessen waren al in 2000 afgesproken door 46 Europese landen, waaronder België. En dat nieuwe, 'Belgische' museum, dat moet het zogenaamde Vlaamse holocaustmuseum zijn; Vlaams omdat het tegen het Vlaams Blok gericht was en men daar in Wallonië weinig last van heeft. Een museum dat er bovendien hoogstwaarschijnlijk niet komt, of ten allervroegste in 2009. Overigens, het nieuwe Yad Vashem kwam er als antwoord op het nationale holocaustmuseum in Washington dat sinds zijn opening in 1993 gemiddeld vijfduizend bezoekers per dag trekt. Er wordt gevochten om de holocaust en de holocausttoeristen.
De nationale herdenkingsdag werd gefixeerd op 27 januari, de dag van de bevrijding van Auschwitz. Maar wat heet bevrijding? Zo'n 8000 gevangenen werden bevrijd die door de SS waren achtergelaten omdat ze té uitgeteerd, té ziek waren, of een postje verworven hadden in het kamp. De rest, vele tienduizenden mensen, werden maanden voordien al en ook nog tien dagen voor de bevrijding op dodenmars gesteld, richting concentratiekampen in het oude Reich. Talloze Auschwitzoverlevenden hebben na deze 'bevrijding' nog veel geleden, velen kwamen alsnog om. Waarom Auschwitz en niet Treblinka, Sobibor of Belzec, waar de slachtoffers geen schijn van kans hadden? En waarom herdenken we niet alle genocidenslachtoffers; vanwaar die herhaalde discriminatie?
Onze herdenking en uit de VS overgewaaide holocaustobsessie is een vorm van wegkijken van de jodenmoord, de 'Eindoplossing van de Europese jodenprobleem'. Endlösung - een term die tot nadenken dwingt; waarom werden de joden door bijna de hele beschaafde wereld als probleem gezien, een beetje zoals de vluchtelingen hier en nu?
Her-denk de opgelegde herdenkingen en leerstof. Denk er kritisch over na, denk aan genocidenslachtoffers hier en nu én in de toekomst - het houdt immers nooit op. Niet blijven stilstaan bij wat 60, 70 jaar geleden gebeurd is. Bewegen, in actie komen, de regering onder druk zetten om internationaal druk uit te oefenen om de genocide in Darfur te beëindigen. Waarom geen mars tegen genociden, tegen wegkijken? Ik ken het antwoord, al blijf ik hopen me te vergissen.
Onze herdenkingen en musea zouden jongeren, burgers antiracistisch en tolerant maken, al werd dat niet door onderzoek aangetoond. Kijkend naar de wereld en rekening houdend met de vele aandacht voor de jodenmoord (zeker de laatste vijftien jaar), zou je bijna het tegendeel kunnen vrezen. Onze obligate herdenking en stereotiepe musea leiden de aandacht af van waar het werkelijk om gaat: ons wegkijken van het leed van medemensen, de apathie en lafheid van een zichzelf beschaafd noemende wereld die, als blauwhelmenbloed vloeit (Rwanda) of dreigt te vloeien (Darfur), de benen neemt, 'anderen', joden, zwarten in de steek laat. Goed voor nog een herdenkingsdag over een jaar of tien?
De jodenmoord of judeocide is voorbij, gelukkig maar. Die periode van onzebeschaving moet voorwerp van onderzoek worden, gehistoriseerd worden. Dan kunnen we verder kijken dan onze neus lang is, afstappen van het dwangmatige herdenking- en slachtofferperspectief (wie herdenkt nu daders?). Beseffen dat de meeste onder ons ook toen omstanders waren, wegkeken van andermans leed. Dat we op onze hoede moeten zijn voor onszelf, apathie, zelfzucht.
Men is hardleers, denkt stereotiep. Geen ­Vlaams holocaustmuseum, wel een uitbreiding van het Joods Museum over deportatie en verzet, expansie dus van een door herdenking en slachtofferidentificatie vervormd perspectief.
Identificatie met de slachtoffers, ze is bijna automatisch. Zo ook Verhofstadt toen hij het in Jeruzalem over dat jongetje in het getto van Warschau had. Hij beweert door de ogen van het jongetje te kijken, projecteert in hem de vragen waarop hij, Verhofstadt, geen andere antwoord kent dan bijzonder laattijdige verontschuldigingen en 'dit nooit meer'. Decennialang al kijken we door de verkeerde ogen, onder meer omdat bij slechte daden bijna niemand zich met de daders identificeert.
Verhofstadt weet niet dat de foto van het jongetje een daderfoto is en cijfert weg dat er veel meer mensen op staan, nog kleinere kinderen. Mensen die, zoals het onderschrift van de foto luidt, 'Met geweld uit een bunker werden gehaald'. Eén van de iets meer dan vijftig foto's die het in leder ingebonden album opsmukken dat Jürgen Stroop, de SS-generaal die de vernietiging van het getto van Warschau leidde, attent aan zijn oversten offreerde. Even zovele getuigenissen die meer te zeggen hebben over daders dan over de vereeuwigde slachtoffers. Anders dan wat wij ervan maken (vaak door de foto's te manipuleren), zijn het geen meelijwekkende tot identificatie aansporende beelden.
Anders dan Verhofstadt stelde, begreep het jongetje niet wat hem overkwam, het kijkt ons niet vragend of beschuldigend aan. Hij (en andere slachtoffers) kunnen ons van binnen uit niet duidelijk maken hoe alles had voorkomen kunnen worden. Om daarop zicht te krijgen moet door ogen van daders gekeken worden. Doorgronden, begrijpen wat hén bewoog; welke structuren, instellingen, ideologieën mogelijk maakten dat ze joden (en anderen) vervolgden en uitroeiden én dat ook nog eens op de 'gevoelige' plaat vastlegden. Waarschijnlijk omdat ze er geen mensen in zagen. Iets wat we, los van alle herdenking, ook bij onszelf mogen onderkennen.
Gepubliceerd in De Standaard van 21 maart 2005


WOENSDAG 30 JUNI 2010


Holocaust

Slaven in Belgisch Kongo.

Wij leven in een wonderlijke wereld. Het Acht Uur Journaal van de NOS berichtte over 50 jaar onafhankelijkheid van Kongo. Er werd terloops verteld dat Kongo destijds onder koning Leopold II van Belgie tot kolonie van hemzelf werd gemaakt en dat het land toen flink werd geplunderd. Maar het absoluut belangrijkste feit werd verzwegen, namelijk de genocide waarmee deze roof gepaard ging en die misschien wel tien miljoen zwarten het leven heeft gekost, zoals de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild ons voor rekent. Daarover zweeg het blanke NOS-Journaal. Kunt u zich voorstellen dat de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht zonder de moord op zes miljoen joodse Europeanen? Nee toch. Waarom worden dan wel die tien miljoen zwarten in Kongo vergeten? Omdat ze zwart waren? Omdat ook wij Nederlanders als kolonialen hebben gemoord, geroofd en verkracht? Omdat ze bij de NOS niks uitzoeken? Zou iemand dit eens aan de NOS kunnen vragen?

The story of Leopold's Congo

The story chronicles the efforts of King Leopold II of Belgium to make the country into a colonial empire. With a complex scheme of political intrigue, corruption and propaganda, he wins the assistance of one of the best-known explorers of the time, Henry Morton Stanley, as well as that of public opinion and of powerful states. Through the Berlin Conference and other diplomatic efforts, he finally obtains international recognition for his colony. He then establishes a system of forced labour that keeps the people of the Congo basin in a condition of slavery.
The book places King Leopold among the great tyrants of history. The death toll in the Congo under his regime is hard to pin down, both because accurate records were not kept and because many of the existing records were deliberately destroyed by Leopold shortly before the government of Belgium took the Congo out of his hands. Although Wm. Roger Louis and Jean Stengers[3] characterize the earliest population and mortality estimates as "wild guesses", Hochschild cites many subsequent lines of inquiry that conclude that the early official estimates were essentially correct: roughly half the population of the Congo perished during the Free State period. Since the census taken by the Belgian government (after acquiring the Congo from Leopold) found some 10 million inhabitants, Hochshild concludes that roughly 10 million perished, though the precise number can never be known.
Hochshild profiles several people who helped make the world aware of the reality of the Congo Free State, including:
George Washington Williams, an African American politician and historian, the first to report the atrocities in the Congo to the outside world.
William Henry Sheppard, another African American, a Presbyterian missionary who furnished direct testimony of the atrocities.
E. D. Morel, a British journalist and shipping agent checking the commercial documents of the Congo Free State, who realized that the vast quantities of rubber and ivory coming out of the Congo were matched only by rifles and chains going in. From this he inferred that the Congo was a slave state, and he devoted the rest of his life to correcting that.
Sir Roger Casement, a British diplomat and Irish patriot, put the force of the British government behind the international protest against Leopold. Casement's involvement had the ironic effect of drawing attention away from British colonialism, Hochschild suggests. The Congo Reform Association was formed by Morel at Casement's instigation.
Hochschild devotes a chapter to Joseph Conrad, the famous Anglo-Polish writer, who captained a steamer on the Congo River in the first years of Belgian colonization. Hochschild observes that Conrad's novel Heart of Darkness, despite its unspecific setting, gives a realistic picture of the Congo Free State. Its main character, Kurtz, was inspired by real state functionaries in the Congo, notably Leon Rom. While Heart of Darkness is probably the most reprinted and studied short novel of the 20th century, its psychological and moral truths have largely overshadowed the literal truth behind the story. Hochschild finds four likely models for Kurtz: men who like Kurz boasted of cutting off the heads of African rebels and sometimes displayed them.


2 reacties:

  1. BBC Documentaire Leopold II in Congo: White King, Red Rubber, Black Death (1 uur 50 min)
    BeantwoordenVerwijderen
  2. De BBC Radio deed vanmorgen geen moeite uit te leggen waarom Lumumba zich boos toonde tegen Boudewijn, die zoals dat heette "geschoffeerd" werd.
    Maar de wraak was totaal.
    Hij heeft tien weken geregeerd, werd gevangengenomen, ontvoerd en door Belgische gendarmes in tien stukken gehakt, voor iedere week regeren een.
    Dat zal ze leren.

    Vijftig jaar later. In het binnenland woedt nog steeds wat als de Afrikaanse Wereldoorlog wordt omschreven. Conservatieve schattingen bedragen zo'n vijf miljoen doden. Nog minder nieuwswaardig dan de doden van Irak of Afghanistan (en we weten hoe weinig nieuwswaardig die doden zijn).

    Begin over Afrika als je me nog eens authentiek kwaad wilt hebben.
    BeantwoordenVerwijderen

John Pilger 50

'From Agent Orange to "Kill Lists": "Brilliant" Psy-Ops Become the News
Friday, 22 June 2012 00:00By John Pilger, Truthout | News Analysis
Agent OrangeA US Huey helicopter spraying Agent Orange over Vietnam. (Photo: U.S. Army Archives / Wikimedia)

Arriving in a village in southern Vietnam, I caught sight of two children who bore witness to the longest war of the 20th century. Their terrible deformities were familiar. All along the Mekong River, where the forests were petrified and silent, small human mutations lived as best they could.
Today, at the Tu Du pediatrics hospital in Saigon, a former operating theater is known as the "collection room" and, unofficially, as the "room of horrors." It has shelves of large bottles containing grotesque fetuses. During its invasion of Vietnam, the United States sprayed a defoliant herbicide on vegetation and villages to deny "cover to the enemy." This was Agent Orange, which contained dioxin, poisons of such power that they cause fetal death, miscarriage, chromosomal damage and cancer.
In 1970, a US Senate report revealed that "the US has dumped [on South Vietnam] a quantity of toxic chemical amounting to six pounds per head of population, including woman and children." The code name for this weapon of mass destruction, Operation Hades, was changed to the friendlier Operation Ranch Hand. Today, an estimated 4.8 million victims of Agent Orange are children.
Len Aldis, secretary of the Britain-Vietnam Friendship Society, recently returned from Vietnam with a letter for the International Olympic Committee (IOC) from the Vietnam Women's Union. The union's President, Nguyen Thi Thanh Hoa, described "the severe congenital deformities [caused by Agent Orange] from generation to generation." She asked the IOC to reconsider its decision to accept sponsorship of the London Olympics from the Dow Chemical Corporation, which was one of the companies that manufactured the poison and has refused to compensate its victims.
Aldis hand-delivered the letter to the office of Lord Coe, chairman of the London Organising Committee. He has had no reply. When Amnesty International pointed out that in 2001 Dow Chemical acquired "the company responsible for the Bhopal gas leak [in India in 1984] which killed 7,000 to 10,000 people immediately and 15,000 in the following twenty years," David Cameron described Dow as a "reputable company." Cheers, then, as the TV cameras pan across the £7 million decorative wrap that sheathes the Olympic stadium: the product of a ten-year "deal" between the IOC and such a reputable destroyer.
History is buried with the dead and deformed of Vietnam and Bhopal. And history is the new enemy. On 28 May, President Obama launched a campaign to falsify the history of the war in Vietnam. To Obama, there was no Agent Orange, no free fire zones, no turkey shoots, no cover-ups of massacres, no rampant racism, no suicides (as many Americans took their own lives as died in the war), no defeat by a resistance Army drawn from an impoverished society. It was, said Mr. Hopey Changey, "one of the most extraordinary stories of bravery and integrity in the annals of [US] military history."
The following day, The New York Times published a long article documenting how Obama personally selects the victims of his drone attacks across the world. He does this on "terror Tuesdays" when he browses through mug shots on a "kill list," some of them teenagers, including "a girl who looked even younger than her 17 years." Many are unknown or simply of military age. Guided by "pilots" sitting in front of computer screens in Las Vegas, the drones fire Hellfire missiles that suck the air out of lungs and blow people to bits. Last September, Obama killed a US citizen, Anwar al-Awlaki, purely on the basis of hearsay that he was inciting terrorism. "This one is easy," he is quoted by aides as saying as he signed the man's death warrant. On 6 June, a drone killed 18 people in a village in Afghanistan, including women, children and the elderly who were celebrating a wedding.
The New York Times article was not a leak or an exposé. It was a piece of PR designed by the Obama administration to show what a tough guy the "commander in chief" can be in an election year. If re-elected, Brand Obama will continue serving the wealthy, pursuing truth-tellers, threatening countries, spreading computer viruses and murdering people every Tuesday.
The threats against Syria, coordinated in Washington and London, scale new peaks of hypocrisy. Contrary to the raw propaganda presented as news, the investigative journalism of the German daily Frankfurter Allgemeine Zeitung identifies those responsible for the massacre in Houla as the "rebels" backed by Obama and Cameron. The paper's sources include the rebels themselves.
This has not been completely ignored in Britain. Writing in his personal blog, ever so quietly, Jon Williams, the BBC world news editor, effectively dishes his own "coverage," citing Western officials who describe the "psy-ops" operation against Syria as "brilliant." As brilliant as the destruction of Libya and Iraq and Afghanistan.
And as brilliant as the psy-ops of The Guardian UK's latest promotion of Alastair Campbell, the chief collaborator of Tony Blair in the criminal invasion of Iraq. In his "diaries," Campbell tries to splash Iraqi blood on the demon Murdoch. There is plenty to drench them all. But recognition that the respectable, liberal, Blair-fawning media was a vital accessory to such an epic crime is omitted and remains a singular test of intellectual and moral honesty in Britain.
How much longer must we subject ourselves to such an "invisible government"? This term for insidious propaganda, first used by Edward Bernays, the nephew of Sigmund Freud and inventor of modern public relations, has never been more apt. "False reality" requires historical amnesia, lying by omission and the transfer of significance to the insignificant. In this way, political systems promising security and social justice have been replaced by piracy, "austerity" and "perpetual war": an extremism dedicated to the overthrow of democracy. Applied to an individual, this would identify a psychopath. Why do we accept it?'

Marjan Schwegman van het NIOD 7

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (OCW) kijkt met Marjan Schwegman (R, directeur Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD) in een replica van het dagboek van Anne Frank. Het NIOD droeg donderdag de orginele dagboeken symbolisch over. Vanaf 28 april zijn de orginele manuscripten te bewonderen in het Anne Frankhuis en zijn terug waar ze geschreven werden. Foto ANP


Deze week schreef ik over de directeur van het NIOD, Marjan Schwegman. Zij ‘betreurt’ het dat de jaarlijkse nationale herdenking op de Dam op 4 mei, ‘een veel algemener karakter heeft’ dan de kleine buurt-herdenkingen die zijzelf bezoekt. Van de ceremonie op de Dam vindt Schwegman‘persoonlijk niet zo heel veel uit gaan,’  omdat door het herdenken van alle slachtoffers van al het oorlogsgeweld en staatsterreur ‘verschillende historische ervaringen worden gereduceerd tot hetzelfde. Daar ben ik niet van gecharmeerd,’ aldus haar enigszins pedante reactie.


Naar aanleiding daarvan kreeg ik deze reactie:

'AdR heeft een nieuwe reactie op uw bericht "Marjan Schwegman van het NIOD 6" achtergelaten: 

Een vakmatige opmerking: iemand die vindt dat historische vergelijkingen niet gemaakt zouden mogen worden is de titel van historica niet waardig. Nooit theoretische geschiedenis gehad, mw. Schwegman?' 



Ik deel de kritiek van deze lezer. Daarom schreef ik eerder al:


De Zweedse hoogleraar en auteur Sven Lindqvist benadrukt de historische continuïteit van massamoorden aan het eind van zijn boek Exterminate all the Brutes, wanneer hij concludeert dat ‘Auschwitz de moderne industriële toepassing [was] van een uitroeiingspolitiek waarop de Europese overheersing van de wereld […] lang heeft gesteund.’ De titel van zijn boek verwijst naar de zin uit Joseph Conrads Hart der Duisternis, ‘verdelg al het gespuis’Lindqvist vraagt zich af waarom de westerse protagonist ‘Kurtz zijn rapport over de beschavingstaak van de blanke man in Afrika met deze woorden eindigt?’ Hij schrijft dan: ‘Ik las Conrad als een profetische auteur die alle gruwelijkheden die in het verschiet lagen, voorzien had. Hannah Arendt wist beter. Zij zag dat Conrad over de genocides van zijn eigen tijd schreef. In haar eigen boek The Origens of Totalitarianism (1951), toonde ze hoe imperialisme racisme noodzakelijk maakte als het enig mogelijke excuus voor zijn daden […] Haar these dat nazisme en communisme van dezelfde stam komen is algemeen bekend. Maar velen vergeten dat zij ook de “verschrikkelijke slachtpartijen” en het“barbaarse moorden” van Europese imperialisten verantwoordelijk hield voor “de zegevierende introductie van dergelijke pacificatiemiddelen in de alledaagse, respectabele buitenlandse politiek”,daarmee totalitarisme en zijn genocides producerend.’ Lindqvist ontdekt gaandeweg dat de Europese vernietiging van de “inferieure rassen” van vier continenten de grond voorbereidde voor Hitlers vernietiging van zes miljoen joden in Europa […] Het Europese expansionisme, vergezeld als het was door een schaamteloze verdediging van het uitroeien, schiep manieren van denken en politieke precedenten die de weg baanden voor nieuwe wandaden, die uiteindelijk culmineerden in de gruwelijkste van alle: de Holocaust […] En toen hetgeen was gebeurd in het hart der duisternis werd herhaald in het hart van Europa, herkende niemand het. Niemand wilde toegeven wat iedereen wist. Overal in de wereld waar kennis wordt onderdrukt, kennis die als ze bekend zou worden gemaakt ons beeld van de wereld aan gruzelementen zou slaan en ons zou dwingen om onszelf ter discussie te stellen – daar wordt overal het Hart der Duisternis opgevoerd. U weet dat al. Net als ik. Het is geen kennis die ons ontbreekt. Wat gemist wordt is de moed om te begrijpen wat we weten 
en daaruit conclusies te trekken.’

In het geval van NIOD-directeur Marjan Schwegman is sprake van niet alleen een gebrek aan 'moed om te begrijpen wat we weten,' maar ik vrees ook van een zekere mate van doortraptheid. Wat ze doet is namelijk het uitspelen van twee groepen tegen elkaar wanneer ze verklaart van oordeel te zijn 'dat de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan zelfs "het unieke karakter van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust ter discussie stelde" toen hij als integratieminister gelijktijdig moslims opriep om naar de Auschwitzherdenking te komen en joden vroeg zich te verdiepen in de vlucht van 
Palestijnen bij de oprichting van Israël.'


Schwegman stelt dat het leed die de joodse Europeanen is aangedaan een 'absoluut unieke karakter' heeft en dat daarom het leed van de Palestijnen daarmee niet te vergelijken is. Het onderscheid maken in leed in absurd. Bovendien is de 'Holocaust' niet uniek, en al helemaal niet voor christelijke Europeanen zoals de genocide van tientallen miljoenen Indianen en Kongolezen aantoont. Een historica als Schwegman dient dit te weten. Het op die manier uitspelen van twee groepen mensen is dus moreel verwerpelijk, zeker nu dit gedaan wordt door een autoriteit die daar persoonlijk belang bij heeft, zoals mevrouw Schwegman. Er zijn veel meer Anne Frank's in de geschiedenis. Dat feit doet geen jota af van het leed dat de joden is aangedaan, niet alleen door de nazi's maar eeuwenlang ook door andere blanke Europeanen. De joden hebben net zo geleden onder de Europese cultuur als, ik noem maar eens een groep, de gekleurde inwoners van 'Ons Indie,' die zelfs nog na 1945 het Hollandse koloniale geweld over zich heen kregen, een terreur die, zo maak ik uit Schwegman's eigen woorden op, nog steeds niet 'volledig' door Nederlandse historici en journalisten is onderzocht, kennelijk omdat dit in tegenstelling tot het onderzoek naar de 'Holocaust' niet belangrijk genoeg gevonden werd door onder andere Schwegman's NIOD. Het zou toe te juichen zijn als zij antwoord geeft op de vraag: waarom eigenlijk niet? Misschien dat het NIOD, zo naarstig op zoek naar werkgelegenheid, dat eens wetenschappelijk onderzoekt.