zaterdag 17 maart 2012

Theodor Holman Als Fascistische Humanist


Theodor Holman: "Ik voel me verwant met 

Breivik"




  1. holman keert zich in dit interview, net als de man die hij bewondert, de terrorist breivik, tegen de analyse van adorno en de anderen van de frankfurter schule.
    Even wat achtergrond zoals die via internet wordt gegeven over adorno: ‘Zijn bekendste werk De dialectiek van de verlichting schreef hij samen met Max Horkheimer. Daarin beschreven zij hoe de Verlichting, die staat voor rationaliteit en vooruitgangsgeloof, omsloeg in haar tegendeel, en hoe de natuurdwang gereproduceerd wordt in beheersingsdwang. Als voorbeeld verwezen ze naar de holocaust.
    Van 1944 tot 1950 stond Adorno aan het hoofd van het Berkeley Project on the Nature and Extent of Antisemitism, opgezet om de oorzaken van antisemitische vooroordelen te onderzoeken, en in bredere zin de centrale thesen van De dialectiek van de verlichting empirisch te toetsen, waarbij met name de zgn. F-schaal werd ontwikkeld en gebruikt om de mate van autoritarisme (i.e. de vatbaarheid voor autoritaire, anti-democratische en fascisto├»de tendensen) bij proefpersonen te kunnen meten. De resultaten van dit project vonden hun neerslag in het boek The Authoritarian Personality, dat nog steeds geldt als een klassieker op dit gebied.’
    nu holman. in het interview keert hij zich tenslotte tegen zijn vader, die zich op zijn beurt keerde tegen datgene wat hij als onfatsoen zag. de vader als autoriteit en in extreme gevallen: de autoritaire persoonlijkheid. theodor holman is geboren ‘in een Indisch milieu. Zijn vader was assistent-resident.’ zijn vader was blank, zijn moeder gekleurd. ‘zijn problematische relatie tot vrouwen is een terugkerend onderwerp.’ ziehier, blanke vader, gekleurde moeder, hijzelf halfbloed die hollandser dan een hollander wil zijn, roomser dan de paus, plus royaliste que le roi. telkens weer wil hij ons blanke europeanen waarschuwen voor de kleurling, de ander, de adorno, de horkheimer, de marcuse, de jood, de islamiet, de buitenstaander, tegen degene die er niet bij hoort, de man zoals hij niet wil zijn. hij wil er juist bijhoren, hij wil niet de buitenstaander zijn! hij wil blanker dan de blanke zijn, christelijker dan de christen, mannelijker dan de man, en hij weet dat hem dit nooit zal lukken. wat een hel. ik denk dat zijn blanke vader niet van zijn gekleurde moeder hield. soms is de werkelijkheid buitengewoon simpel.
    daar komt nog iets bij: holman is een epigoon van de ‘volksschrijver’ van het reve, een minor poet van een minor poet dus. welnu, holman koketteert net als van het reve met de ironie. als hij straks in moeilijkheden komt zal holman suggereren dat het allemaal ironisch was bedoeld.

    wat betreft de ironie het volgende:

    In ‘Het ironische van de ironie, over het geval G.K. van het Reve,’ schreef Harry Mulisch aan het eind van de jaren zeventig over het racisme en antisemitisme van de ‘grote volksschrijver’ het volgende:
  2. ‘De ironie leidt to parodie, de parodie leidt tot identificatie – dat is de onwrikbare wet, waaraan Van het Reve nog het meest onderhorig is… Zo wordt het spel ernst. De corpsstudent speelt net zo lang de man met de grote bek, tot hij het is. Dat is het ironische van de ironie: dat zij het plotseling niet meer is. Hij is als het ware door de dubbele bodem van de ironie gezakt. Wie ironisch spreekt, zegt het tegendeel van wat hij meent, maar zodanig, dat de ander dat doorziet. Van het Reve zegt wat hij meent, maar zodanig, dat de ander dat niet doorziet en denkt nog steeds met ironie te doen te hebben… Als hij… schrijft: ‘'Ik vind, dat de arbeiders in bepaalde aparte wijken zouden moeten wonen, die ze alleen op weg van of naar hun werk zouden mogen verlaten, & verder alleen met speciale verlofpasjes’'- dan is dat eenvoudig zijn mening, geen grap, geen fantasie.’
    ontleedt de holmannetjes. neem hun woorden niet serieus, maar wel hun fascistische houding.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen